Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geltend machen wollen". J) — Hegel wordt geroemd, zijn naam zweeft op ieders lippen. Schopenhauer daarentegen wordt miskend, zijn eigenliefde gekrenkt, hij kan zijn woede niet meer verkroppen en nu slingert hij van den eenen kant zijn Duitschen landgenooten de meest beleedigende uitdrukkingen naar het hoofd, terwijl hij van den anderen kant met beulsche edelmoedigheid, die zijn toorn, haat en spijt moet bedekken, afstand doet van den bijval zijner tijdgenooten, wijl zijne „Zeitgenossenschaft keine Ehrenkranze mehr zu vergeben (hat): ihr Beifall ist prostituirt, und ihr Tadel hat nichts zu bedeuten".2) Schopenhauer moge in deze laatste verklaring zijn troost zoeken, of hij hem vinden zal, kan voor ons weinig belang hebben. Wij weten thans, dat Schopenhauer materialist is en een sensisme belijdt, dat zelfs de leer van Locke voorbijstreeft. Meer verlangden we niet.

* *

*

(Contradicties, paradoxen undkeinEnde! Schopenhauer heeft alles in het werk gesteld om het verstand van den mensch zooveel mogelijk te verlagen en te vernederen. We kunnen gerust zeggen, dat volgens dezen filozoof de dieren in veel beter conditie verkeeren clan de mensch. Schopenhauer geeft overigens herhaalde malen duidelijk blijk van zijn groote voorliefde voor de dieren. Wellicht verkoos hij deze redelooze wezens boven den mensch, omdat deze hem naar zijn meening niet hoog genoeg schatte. En toch niettegenstaande dit noemt hij den mensch een „animal metaphysicum". De mensch alleen staat verwonderd over zijn eigen werk en vraagt zich af, wat hij is. Dit, zegt Schopenhauer, deze bewondering toont zijn behoefte aan een metafysica. — Onze wijsgeer constateert hier een feit, de mensch bespeurt in zich een streven naar iets, wat verheven is boven de stof. Dit ontkennen kon zelfs deze BYankforter denker niet; 't is maar de vraag, hoe dit feit te verklaren.

Metafysica, zegt Schopenhauer, is iedere kennis, welke zich boven de mogelijkheid der ondervinding, derhalve boven de natuur, boven de gegeven verschijnselen der dingen verheft, om te zien, waarvan de natuur op eene of andere manier afhangt — bedingt ware — m. a. w. om datgene te leeren

') Vgl. Schopenhauers Werke t. a. p. bladz. 75. ') Vgl. Werke Inl. bd. 2 bladz. XX.

Sluiten