Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nemen. Zij, die voorgeven de laatste oorzaak der dingen, een Urwesen, Absolutum of hoe het heeten moge, te kennen, waaruit de wereld „hervorgeht, oder quillt, oder fallt, oder producirt, ins Dasein gesetzt, entlassen und hinauskomplimentirt wird, treiben Possen, sind Windbeutel, wo nicht gar Scharlatane." *)

Dat is de fdozofie, de metafysica. Overzien wij met een blik al hetgeen Schopenhauer ons in den beginne geliefde voor te stellen onder den wijdschen titel van „das metaphysische Bedürfnis des Menschen," dan ondervinden we al den invloed eener buitengewoon bittere teleurstelling. De metafysica als godsdienst, privaateigendom eener bepaalde volksklasse, wordt geheel en al dienstbaar gemaakt aan de utiliteit eener kaste of is niets anders meer dan een zeker gevoel van welstand of van smart en ellende; de eigenlijke metafysica, de zoogenaamde wijsbegeerte bij uitstek, die ons moest verhellen tot hooger sferen, die ons idealen moest leeren kennen, beminnen, nastreven en den weg ter bereiking ervan toonen, wordt door Schopenhauer misvormd tot een „Gespenst" onzer verbeelding. Zij is geworden „ein Ungeheuer mit vielen Köpfen," een monster, welks lijf bestaat uit de grondgedachte van Schopenhauers geheele theorie: wil en lichaam zijn éen. Want inderdaad,dat is de gedrochtelijke, de afzichtelijke romp, waaruit armen en beenen groeiden. Dat is de waarheid xa-r' /v, die niet kan bewezen worden, omdat zij de meest onmiddellijk kenbare, de veritas per se nota is, die iedereen steeds klaar en helder voor den geest staat. Zij is de prima veritas, waaraan alle andere waarheden werden ontleend, waaruit alle werden afgeleid, gelijk „viele Köpfe" ontstaan op het mismaakte lichaam van een gedrocht om dit zoo mogelijk nog meer te mismaken. Dat geheel is, we herhalen het, Schopenhauers tilozofie, het „monstrum horrendum, informe, ingens, cui lumen ademptum."

* *

Wij moeten ons nog een oogenblik plaatsen op sensistisch standpunt en nog een weinig verder ontleden, wat Schopenhauer zeggen wil, als hij verklaart: de tilozofie is inderdaad „Weltweisheit"; ihr Problem ist die Welt; met haar alleen heeft zij te doen; de goden laat zij in pais en vrêe, maar verlangt ook

') Vgl. Werke bd. 3 bladz. 206.

Sluiten