Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wereld benaderen en zoo mogelijk leeren kennen is de taak der wijsbegeerte. Schopenhauer zegt ons, dat dit wezenlijke „de wil is; dit „Zauberwort" is de sleutel, waarmee de doorgang wordt geopend tot alle geheimen. De wil bestaat uit zich zelf, heeft geen begin en geen einde. Hij is ondoorgrondelijk evenals zijne attributen. Wij kennen den wil slechts in zijne verschillende uitingen, waarvan de eerste is de stof. Met de materie vei eenzelvigt zich de wil volkomen; *) hij zet haar om in louter „Wirken" en maakt, dat zij zich ontwikkelt van „dem leuchtenden Urnebei" tot het hoogste wezen der zichtbare wereld: „Das erste und urspriïngliche Auseinandertreten der Materie, in Hydrogen und Oxvgen, Schwefel und Kohle, Azot, Ghlor u. s. w. wie auch in die verschiedenen, einander so ahnlichen und doch scharf gesonderten Metalle, war das erste Anschlagen des Grundackords der Welt." 2) Op deze allereerste ontwikkelingsfase zijn alle andere gevolgd. Met behulp der generatio aequivoca, die, voor zooverre het de eerste wezens van iedere soort betreft, niet kan geloochend worden, komt de zichzelf ontwikkelende materie of wil geleidelijk tot het planten- en dierenrijk en eindelijk tot den mensch. De wereld heeft zichzelf gevormd „ohne Hülfe der Erkenntnis" en juist daarom gaat haar wezen niet „in die Erkenntnis ein, sondein diese setzt das Dasein der Welt schon voraus. 3) De wereld is niet„von aussen gemacht sondern von innen.' Niet een verstand heeft de natuur gevormd, maar de natuur het verstand, het tegendeel aannemen is een dwaling „des rohen Verstandes. 4)

Hoe komt Schopenhauer tot deze leer'? Welke bewijzen heeft

hij voor zijn meening?

Als getrouw volgeling van Descartes theoi ieën gaat hij uit van het bewustzijn, dat tweevoudig is, al naar gelang wij ons bewust zijn van innerlijke aandoeningen of wel van gewaarwordingen, welke op voorwerpen buiten ons geiicht zijn. ) De eerste vallen niet onder de zinnelijke waarneming — Anschauung — wij kennen ze alleen door „ein ganz unmittelbares

') Het Pantheïsme veronderstelt steeds de eeuwigheid der materie. Spinoza moge zijne leer zoo Idealistisch mogelijk hebben opgesteld, zijn „éene substantie is stof.

l) Vgl. Werke bd. 6 bladz. 109.

3) t. a. p. bd. 3 bladz. 326 en 350.

*) t. a. p. bd. 4 bladz. 39.

s) De inwerkingen van buiten op ons lichaam worden door ons geprojecteerd in de ruimte, maar zijn feitelyk subjectieve gevoelens.

Sluiten