Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarom vond zij hier haar plaats. Als pessimist, maar meer nog als evolutionist kan de Frankforter filozoof getuigen „Cujus nasci poena, labor vita, necesse mori". Heeft de wil eenmaal het volmaakte dier ter wereld gebracht, dan wordt hij dooide natuur geprest tot „höhere Steigerung", hij heeft er behoefte aan, zich op eene nog meer volmaakte wijze te manifesteeren Alle krachten worden dus ingespannen, want het geldt de laatste en voornaamste „Objektivation," en wat ishet resultaat * ... De wil kan het slechts brengen tot een „am Willen so' sündliches, am Geiste so beschranktes, am Körper so verletzbares und hinfalliges Wesen" !... Schrille tegenstelling met • „viditque Deus cuncta quae fecerat et erant valde bona." De scheppingen der menschen verrijzen en vergaan, de schepping van God, zij blijft. Daarom klinkt door deze een juich- en jubeltoon haren Maker ter eere ...., het droomverhaal van 's menschen fantasie stemt tot weemoed, - loch willen wij onzen weg vervolgen in de hoop, de dwaasheid dei-

evolutieleer helderder te doen uitkomen.

Heeft zich de wil in het dierenrijk opgewerkt en ontwikkeld van de laagste en meest onvolmaakte soorten tot de hoogste, dan is het verstand dezer redelooze wezens niet meer toereikend, om in alles aan de gestelde eischen te gemoet te komen en in de meest dringende behoeften te voorzien. Het zoozeer gecompliceerde veelzijdige wezen, de mensch, heeft een dubbele kennis noodig, welke de wil zichzelf volgaarne bijbrengt. W ij krijgen „Anschauung" en „Vernunft" of vermogen om abstracte begrippen te vormen. Ontbreekt één van deze twee, dan kan de mensch niet bestaan, wijl hij afhangt van het tegenwoordige — waarvoor de Anschauung noodzakelijk is — maar ook letten moet op het verleden en de toekomst, hetgeen hij vermag door de „Vernunft enthaltenden Ueberblick der Zukunft und Vergangenheit". Beide, verstand en rede, danken hun ontstaan aan den wil: „Die Erkenntnis überhaupt, vernünftige sowohl als bloss anschauliche, geht also ursprünglich aus dein Willen selbst hervor, gehort zum Wesen der höheren Stufen seiner

Objektivation als ein Mittel zur Erhaltung des lndivi-

duums und der Art".A) En het gevolg van dit alles is dat de mensch alleen niet kan bestaan, hij moet vergezeld wezen

') Vgl. t. a. p. bd. 2, bldz. 180 en vlg.

Sluiten