Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontkend wordt „Jedes Nichts ist ein Solches nar im Verhallnis zn etwas Anderem gedacht, und setzt dieses Verhaltnis, also

auch jenes Andere voraus" Wij kunnen dit aldus

verduidelijken: Blind noemt men een wezen, dat van nature liet gezichtsvermogen moest hebben, maar om een of andere reden daarvan verstoken bleef. De natuurlijke geschiktheid tot zien wordt bevestigd en het zien zelf wordt ontkend. Het „Nichts" — niet-zien — is alleen in zooverre „Nichts," als het gedacht wordt met betrekking tot het zien. En daarom, zegt Schopenhauer, kunnen wij evengoed de teekens omkeeren en het -f door het — vervangen; we hebben aan weerskanten een vorm: ófwel het zien zelf ófwel den natuurlijken drang tot zien en derhalve kunnen we ook van beide zijden een negatie krijgen, naar gelang één van beide vormen geatïirmeerd wordt.') Indien wij hetgeen Schopenhauer hier zegt over het nihilum, met de door hem aangevoerde argumenten in verband brengen en deze daarop toepassen, dan kunnen wij zijn geheele theorie in 't kort aldus weergeven: De wil is het wezen, dat door en uit zich zelf bestaat, dat derhalve onvergankelijk is. Dit wezen openbaart zich in de, wat wij noemen, zichtbare wereld onder verschillende vormen, maar hiervoor is het noodig, dat het elke positieve gedaante mist, het moet niet beperkt zijn tot een bepaalden vorm, ofschoon wij er den natuurlijken drang en geschiktheid in moeten erkennen om eiken vorm, welken dan ook, aan te nemen. De wil moet zijn „sub privatione formae." Ja zelfs, al vertoont hij zich op een gegeven oogenblik onder een bepaalden vorm — Schopenhauer noemt den vorm „Erscheinung" — dan nog mist hij een oneindig aantal andere vormen, waaronder hij zich geleidelijk kan objectiveeren ol „sichtbar stellen". Het nihilum privativum blijft dus steeds in den wil aanwezig. Daarvandaan, dat hij altijd aan zich zei ven knaagt, „zehrt" zegt Schopenhauer, om steeds weer nieuwe „Erscheinungen" voort te brengen en zich daaronder te vertoonen; daarom ook, dat Schopenhauer kan zeggen: De kern van elk wezen — lees: verschijnsel — blijft steeds voortbestaan, Verdwijnt een gedaante of, in onze taal, houdt een wezen op

') Schopenhauer vertelt hier niets nieuws. Om oorspronkelijk te schijnen en niet van plagiaat te worden beschuldigd, zet hij op zoo duister mogelijke wijze de definitie uiteen, welke de Ouden gaven van privatio: Carentia formae in subjecto apto." Vgl. bd. 2 bldz. 484 en vlg.

Sluiten