Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ilrei bestiuimt gesonderte Typen, die aul' ursprünglichen liassen •leuten, haben: «len kaukasisclien, den mongolischen und den iitiopischen Typns"; de Aziatische kunnen daarbij „vom Pongo (dessen Junges Orang-Utan heisst)" afstammen, terwijl bet Afrikaansche ras „vom Schimpansee geboren (ist), wiewobl nicbt als Allen sondern sogleich als Menschen" !)

Het lust ons niet de generatio spontanea in den breede te weerleggen. Deze theorie, welke ten tijde van Schopenhauer nog opgeld doen kon als betrekkelijk nieuw, wordt op onze dagen als verouderd afgewezen. Nu en dan moge wellicht nog een of ander vurig aanbidder van de stof als haar verdediger optreden, de eigenlijke mannen der wetenschap huldigen haar reeds sedert lang niet meer en beleden rondweg hare ongerijmdheid. Men zie slechts naar een Wundt, een von Helmholtz, een Virchow, een Dubois-Reijmond, allen kwamen zij terug van hun materialistische opvatting en verloochenden op rijperen leeftijd na degelijker en verder doorgezette studie de in hun jeugd beleden theorie der generatio spontanea. Hoonend werpt daarom Haeckel dezen geleerden de beleediging naar het hoofd, dat zij wederom kindsch zijn geworden en hij verwijt hun, dat zij niet gelijk hij den moed hebben, de overtuiging hunner jongelingsjaren vast te houden — wij voor ons gelooven, dat juist hierin een krachtig bewijs gelegen is voor de onbetrouwbaarheid der materialistische stelling. Wij behoeven toch waarlijk niet, en dat alleen om Haeckel te believen en niet door hem voor onwetenschappelijk te worden aangezien, als vaststaand, als proefondervindelijk bewezen te beschouwen, wat reeds dooi' Redi (1074) in twijfel werd getrokken, waaromtrent Malpighi, Swainmerdam, Réaumur geen beslist oordeel durfden uitspreken, wat door Bonnel (1720—1708) uitdrukkelijk werd geloochend,

') Vgl. bd. 6 bldz. 161—171 Wij meenen hiermede Schopenhauers leer over de generatio spontanea voldoende te hebben weergegeven- We hebben alleen nog maar amende honorable te doen over ons beweren, dat Schopenhauer, gedeeltelijk althans, oorspronkelijk is; hij zelf verklaart zijn theorie te hebben ontleend aan een Engelschen schrijver en neemt daarbij de gelegenheid te baat geducht uit te varen tegen de Engelsche „Pfaffen, diese verschnitztesten aller Obskuranten," die er voor verantwoordelijk worden gesteld, dat in Engeland de metafysica zoo weinig wordt geacht. Aan welken toestand, naar hij meent geen einde zal komen, zoolang aan de „Orthodoxen Ochsen in Oxford" de opvoeding „der gebiideten Stande" toevertrouwd blijft. Bij dit ossengezelschap voegt Schopenhauer ook nog Agassiz „den Amerikanisirten Franzosen", die „über die Entstehung der orgauischen Wesen" filosofeert juist als „ein Amerikanischer Schuster."

Sluiten