Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hii nam haar direct over en maakte er de basis, den grondslag van eener theorie, die de ware, getrouwe schildering moest wezen van zijn eigen karakter en van dat dergenen d.e op

oin "Rrand auf aussredörrter Heide. )

wTzeggên: „het monisme van Schopenhauer» om de leer nan e lfden- want hel is onze innige overtuiging, dat mee, Z de theorie, zooals onze wijsgeer die heeft opgezet, de dichterlgke niti'ng, door sommigen er aan geg= en vo de inwendige gesteldheid van velen, die geen streven naar hooeers kennen, tot hare buitengewone verspreiding bydroegei. Het" geloof in God is uit de harten der menschen geweken 'en voortbestaan aan gene rijde des grafs wordt eenvoudig geloochend, hoop op iets telers bestaat met meer, van vergeding in de eeuwigheid geen sprake. Wat 11 j dan de troostelooze beschouwing van het verganke yke D is het eeni- reëele, dat onze zinnen voor eenoogenhhk streelt , ! * J JpHicht eenig genot verschaft, maar dan verdwijnt om Zts te Iken -o niet voor leed, dan toet, tenminste voor een leemte, die niet wordt aangevuld. Dit is het tragische,

dat aan dichterlijk aangelegde naturen ontb°ef™3° neer«ele«d in onvergetelijke verzen, t is net dramatische, voor den ongeloovigen denker de eigenlijk ware beteekems van het leven is en waarin het door hartstochten opgezweepte heenln Neergeslingerde gemoed een uitkomst meent te vmden. 't is de rustelooze rust van een vertwijfelend geslacht.

* •

De wil is niets anders dan „ein endloses Streben." Beschouw de materie, de ruwe stof, zij heeft geen doel ^

toch is zij steeds gericht naar het m.ddelpunt. ^ striidt onophoudelijk met de ondoordringbaarheid „als Starrhei oder Elasücitat." Daarom kan het streven der materie we voor een oogenblik belemmerd, geschorst wwden, geheel en al weggenomen. Welnu, wat w» in de stof zien

.) Vgl. P»*: „Die gr».en W.ltrïttel 3» Au«. bd. 2 bid,. 48. Zl. ~k Faulaen t. a. p. bid*. 149.

Sluiten