Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

passief is, maar een ware, inderdaad heldhaftige strijd. Dit is de grootheid van zoovelen, wier verheven dengd wij bewonderen, niet in den schitterenden glans van roemvolle daden, maar onder het dikwerf gesmade, verachte uiterlijk van het lijden, 't Is de gelatenheid van de zelfheheersching en zelfoverwinning. En wij noemen dit niet zich eenvoudig onderwerpen aan het lijden. Onderwerping brengt morren mede tegen den verdrukker, maar geduld in smarten zegent met vreugde de hand, die slaat. Geduld leeft steeds van hoop en liefde; onderwerping voedt zich met haat, kwijnt weg in neerslachtigheid, die grenst

aan vertwijfeling Doch dergelijke opvatting van het geduldig

lijden kent Schopenhauer niet en wil hij niet kennen. Hoop en liefde vinden geen plaats in zijn theorie, verbant hij uit het hart der menschen en niets blijft over dan de moed deivertwijfeling, uitgedrukt in zelfmoord. *)

Het zwaartepunt van Schopenhauers leer evenals van elk ander pessimisme ligt juist in het feit, dat het den mensch alle hoop op iets beters ontrukt. En we zeggen niet eens: op iets beters hiernamaals, dat volgens deze theorie zelfs geen reden, geen schijn van bestaan kan hebben, maar op een verpoozing in het lijden, op een voorbijgaand genot, op een geluk, dat van korten duur is. Dit is het verderflijke, het groote, zware vergif, dat verborgen ligt in sierlijke uitdrukkingen, in mooie woorden en dat niet alleen dringt tot individueelen zelfmoord, maar door wier verspreiding het stelsel tot uitdelging van het menschelijk geslacht wenscht te geraken:

„Oh! quelle immense joie après tant de souffrance,

A travers les débris, par-dessus les charniers,

Pouvoir enfin jeter ce cri de délivrance:

Plus d'hommes sous le ciel: nous sommes les derniers!" 2)

') Het verwondert ons, dat Fr. Paulsen, een wijsgeer, die anders nogal op christelijk standpunt pleegt te staan, onderscheid meent te moeten maken tusschen „verwerflichen Selbstmord und freiwilligen Tode", welke niet als moord mag gebrandmerkt worden, omdat — merkwaardige toepassing van een beginsel — dno si faciunt idem non est idem. De zelfmoord, meent Panlsen, gebeurt uit „Feigheit", maar niet aldus de vrijwillige dood. „Wenn Cato oder Themistokles nach ruhiger Ueberlegung seinen Entschluss fasst und dann thut, was ihm notwendig erscheint, um nicht seiner selbst Unwürdiges zu leiden oder zu thun, so würde er den Vorwurf der Feigheit wohl als einer etwas frostigen Schulmeisterscherz belachelt haben." Paulsen is dan ook met Hume van meening, dat het niet als absolute plicht kan bewezen worden: „die Herbeiführung des Lebensendes unter allen Umstandeu dem Naturgang zu überlassen." Vgl. Paulsen t. a. p. bldz. 128, 129.

J) Jlme Ackermann: Poêmes Phil.

Sluiten