Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschijnsel als zoodanig heeft geen afzonderlijk bestaan, zijn bestaan is dat van den wil. Het kan zich dus al evenmin vernietigen. Van zelfmoord kan derhalve volgens deze verklaring van Schopenhauers leer heelemaal geen sprake zijn; daar toch ook wel niemand het van gedaante verwisselen zelf op eetie lijn zal durven stellen met zicli zelf van het leven berooven. Tusschen deze twee bestaat een hemelsbreed verschil. Ontdoet zich de wil van eenen vorm om er een anderen voor in de plaats te nemen, dan maakt hij geen einde aan zijn bestaan, pleegt geen zelfmoord, maar blijft volkomen dezelfde. Slechts zijn uitwendige verschijning is veranderd. — Welk verband Schopenhauer ook legge tusschen zijn eenige zelfstandigheid, den wil, en de objectivatie, het verschijnsel, zelfmoord is óf wel een ongerijmdheid of tenminste even ongerechtvaardigd als in de theorie der monotheïsten.

Trouwens, ieder weldenkend (ilozoof moet den monotheïsten gelijk geven, als zij beweren, dat zelfmoord een onrechtvaardigheid is jegens den Schepper. Niemand kan zich zeil het leven geven, wij hebben het ontvangen, 't werd ons geschonken. Maar het leven is geen gewone gift, geen gave, die van den persoon, wien zij wordt verleend, kan worden afgescheiden. Het geschenk, dat wij leven noemen, is ieder individu, ben ik zelf, is ieders persoonlijkheid. Leven is zijn, is beslaan. De metaphysici mogen antwoord geven op de vraag naar het onderscheid tusschen wezen en zijn, wij beschouwen de practische zijde. Ons leven is ons wezen. Dit is de gave, die wij ontvangen en die wij niet konden weigeren. Wij zijn niet aan ons zelve ondergeschikt, evenmin als ons bestaan aan ons wezen gesubordineerd is. En wat ik kreeg, was ik. — Docli

wie is de gever? 't Is een vrijwillige Schepper, Die

van zijn recht, den mensch op de wereld te plaatsen, gebruik maakt naar zijn eigen goeddunken. Tegen dit recht baat geen protest van onze zijde, wijl wij geen medezeggingscliap hebben en niet kunnen hebben. De macht, ons het aanzijn te geven, ligt buiten ons bereik. Wij zouden haar zelfs niet in ons kunnen opnemen, zoo 't mogelijk ware, dat Hij, Die aller wezen Maker is, wilde trachten ons haar te verleenen. — Er is meer. Wie recht heeft op het leven, heeft ook recht op den dood. Deze twee zijn correlatief. Alleen hij, die de moreele met de

Sluiten