Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maandag, den 3den Juli 1911, tijdens het bezoek in de hoofdstad van den President der Fransche Republiek.

Het is avond ; schemerlicht; donkere wolken aan den gezichteinder, die later verdwijnen en tegen het einde van het tooncel plaats maken voor een prachtig avondrood. Zoo lang de wolken zichtbaar zijn, af en toe weerlicht.

Deftig huis te Amsterdam. Tuinkamer, van weelderig huisraad voorzien; deuren der veranda staan op een kier.

Vier kinderen, Charles, Henri, Henriette, Louise, tusschen 15 en 10 jaar oud, praten zachtjes over de versieringen in de stad ter eere van den voornamen gast. De oudste jongen leest dan het in het Fransch geschreven opstel van het Algemeen Handelsblad, waarmee de President verwelkomd wordt; de andere kinderen luisteren.

Aan de muren der tuinkamer ziet men schilderijen, waarop de Prins van Oranje, Tromp en De Ruijter voorgesteld zijn. Voorwerpen uit de Nederlandsche overzeesche bezittingen overal op de tafels.

Op een rustbank een rijk gekleede Hollander, die na zijn hoofdmaaltijd (van 6 tot 7V2) sluimert.

Achter hem op den muur verschijnt de geest van den Prins van Oranje.

Geest (wendt zich naar den lezenden knaap; dan zacht tot den slaper:)

Bataaf! Oij slaapt! Ontwaak en kijk eens rond I

(Men hoort den jongen Fransch lezen )

Sluiten