Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij dulden zwijgend, — ja, wij helpen mee, Dat honderdtallen woorden zijn verschopt,

Vervangen door gemeene bastaardwoorden,

Die niet verstaanbaar zijn voor duizendtallen Der edelsten en trouwsten onzes volks!

Wij dulden zwijgend, — ja, wij helpen mee, Dat vreemdelingen hier op onzen grond De taal des lands, het erfgoed onzer vaderen,

Met spot als onbeschoft ter zijde schuiven,

Alsof wij waren onbeschaafd gespuis!

Wij dulden zwijgend, — dat het volk der Vlamen,

Ons edel, trouw, heldhaftig broedervolk,

Dat van ons losgescheurd werd door de Franschen,

Op eigen grond en bodem wordt vertrapt

Door een — aanmatigende minderheid!

Een onbeschofte minderheid verschopt hen

Van dat volk juist, dat, zich grootmoedig noemend, Gelijkheid, Vrijheid, Broederschap verkondigt!

Met die gelijkheid zijn wij steeds belogen,

En met hun vrijheid, broederschap — bedrogen! Aan Fransche Vrijheid, Broederschap, Gelijkheid Denkt Holland heden nog terug met schrik! *)

Wij dulden zwijgend, — dat dë Afrikaander Ten spijt der gruwelen des wreeden oorlogs,

Het Engelsch juk geduldig op zich nemend,

Zijn taal verloochent en nu Engelsch radbraakt!!

(Op bitteren toon :)

De slaaf moet trouwens spreken als zijn meester!

*) Wat die beteekent voor een ander volk,

Heeft Holland 1810 gezien!

Sluiten