Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ghaven stantvastelijck te houden: soo ghij met mijn doodt beholpen zijt, ick moet eens sterven, ende het is my even veele oft ghij het doet op alsulcker mate oft de vyandt. Want mijn sake is goedt. Sijt ghy dan met mijn doodt beholpen, neemt mijn lichaem, snijdet dat ontstucken ende deylt daervan soo veele als strecken mach. Ick bens ghetroost.

Jacob van der Does.

Ons deert uw ellende ende de ellende der stadt. Doch wy en breecken onzen eedt aen den Prince niet. Ghylieden sijt opgeruydet door den heere van Matenesse, door Jan de Huyter, door Mees Alewijnsz, maer wy hebben ons antwoordt gereet. Heer van Hout, wilt dezen ghoeden burgers den brieff voorlesen.

Jan van Hout [leest voor.] »Ghy fondeert alle uwe redenen op onsen »honghernoot, ghy noemt ons hondeneters »ende catteneters, ons en ontbreect noch gheen »victualie. Soo ons immers ten laetsten meer »ontbreect, soo hebben wy noch yegelick • eenen slincken arm dien wy sullen opeten, »altijt den rechten noch behoudende om u »tyrannen met uwen bloetdorstighen hoop van »onze mueren te keeren. Ende zoo verre ghy »ons daerna immers te gheweldich mocht

Sluiten