Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8) zich daarvoor inspant.

2.

Ghy schijnt te schuwen

't Geneuchelijck huwen,

't Welck sulcken soeten saeck

Is en soo schoon vermaeck,

Dat alle de geesten

Van menschen en beesten,

Jae, wat de son beschijnt,

Sich daer met vlijt toe pijnt. •)

Vliedt ghy hetgeen

Tot lust streckt yder een?

Daer al wat leeft,

Sich toe begeeft

En sijn vermaeck in heeft?

9) behendig.

10) poezelig.

11) buigzaam.

12) spreekt.

3-

Denckt, dat de jaren

Dees geestige hayren,

Die ghy nu krult soo gaeu •)

Haest sullen maecken graeu

En dat dese leden,

Soo geestigh besneden,

Dit bol10) swack ") jeughdigh lijf

Sal worden krom en stijf;

En ghij sult dan

Alheel niet weten van

De soetigheyd,

Daer elck van seyt,12)

Daer men u nu toe vleyt.

Sluiten