Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van der Thijnen.

't Is lachenswaard, Zoo n denkbeeld, meer nog dan ... zoo'n aanslag zelfs Hoe komt het bij hem op!

L'E m p e r e u r.

„ Dat zei hij niet.

Maar wat óns duid'lijk bleek, schoon hij 't verzweeg, Is dit: uw vrijheid loopt gevaar, zoo niet Uw leven zelfs. En — iemand op te knoopen,

Aan d' eersten boom den beste, zonder vorm Ook van proces, — daar maakt hij niet het minst Conscientiezaak van!

Edelinck.

Volg dus onzen raad En zie, dat ge ijlings Koevorden ontkomt.

Vond een Michgorius bij hem gena,

Ofschoon gekluisterd aan het krankbed? En Zou zijn wraakzucht u dan wel ontzien?

Van der T h ij n e n.

Maar kin, maar mig ik dat? Bindt niet mijn plicht Mij aan deez' vest? Is 't niet lafhartig ook,

Te vluchten voor 't gevaar, dat in 't verschiet Nog maar zich laat vermoeden? Past mij dat,

Als eerlijk man, die rein zich kent van schuld?

L'E m p e r e u r.

Hadt ge óók met zulk een man te doen, gij hadt Gelijk, 't Geldt daarbij hier niet uw persoon Alleen, maar ook uw vrouw en kroost. Vooral Om hunnentwil moogt gij den storm, die opsteekt,

Niet roek'loos tarten. Ware ook dit geen zonde? ... Doch laat ons gaan, vriend Ed'linck! 't Raadhuis roept.

Sluiten