Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zou hij nog leven? ... of ... wellicht... maar 'k heb Den moed niet, 't vrees'lijk woord, dat me op de tong Ligt, uit te spreken... O, indien 't Van Galen Eens was verklapt... en hij...

Anneke (haar in de rede vattende):

Mij deert uw smart,

Lie! kind, alsof ik zelf ze leed. Maar, vrees Ook niet terstond het ergste! 't Kan óók zijn. Dat niemand kennis draagt van Hermans daad En dus — ze ook niet verklappen kén. Kom, toon, Dat ge ook nog moed hebt, om het best te hopen, En f" een God gelooft, die nooit beschaamt, Wie kinderlijk zijn lot aan Hem vertrouwt!

F e n n a.

Ik doe mijn best daartoe; — maar toch, — maar toch .. Kwam hém eens over, wat mijn liefde vreest...

Wat was ook mij dan 't aak'lig leven nog! ...

t Gordijn valt.)

VIERDE TOONEEL.

Herman. Devorigen.

F e n n a (luisterende).

Daar hoor ik vóór wat.

Fenna tot Van der Thijnen, binnetir

tredende.)

Welkom! Vader! Nieuw bezoek,

En wéér een goede vriend uit Koevorden!

Gij zult niet raden, wie?

Van der Th ij nen (Herman

ziende, blijft verwonderd staan.)

Mijn hemel! Gij?

Gij, Herman! hier?

Sluiten