Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vernamen wij met blijdschap, wat ge ons straks Op nieuw hebt meegedeeld, omtrent het plan Van overrompeling en ontzet, dat thans Hier voor ons ligt. Heer Meinderts schrander brein Heeft daar alle eer van.

Coenders.

't Zelfde zeg ook ik, — Zoo als ik desgelijks met groot vermaak De bruggen zag, door zorge van heer Meindert Vervaardigd, die bij d' aanval dienen zullen Ook deze tuigen van zijn schoon vernuft.

Van Julsingha.

Wat ons betreft, zoo is er nu niets tegen,

Dat men den aanslag ook in ernst beproef.

Coenders.

Voorzeker! Stad-en-Lande leent volgaarne, In manschap, geld en 't noodige oorlogstuig,

Zijn ondersteuning tot een zaak als deze,

Die wis, — schenkt God er óók zijn zegen aan, — Tot heil zal strekken van 't Gemeenebest, Tot onuitwisch'bre glorie van ons volk.

Rabenhaupt.

Van mij ook oogst heer Meinderts plan den lof, Dien 't waard is. 'k Noem het meesterlijk beraamd. Ook maakte ik geen bezwaar, toen hij zich zelf De keuze voorbehield der mannen, die Den aanval leiden zullen.

Van Julsingha.

Evenmin

Vindt dat bij mij bedenking.

Coenders.

Noch bij mij.

Sluiten