Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(Gelijk de havik in het nest der duive),

En voor wiens naam reeds, uren in den omtrek, De kinderen van angst en vreeze rillen,

Hij geeft als laffe roover zich gevangen, — De trotschaard moet om lijfsbehoud u smeeken,

En ziet door u een zetel zich ontweldigd,

Waar hij voor jaren lang zich veilig roemde.

Maar u, niet van uw vaderen verbasterd,

Blijft nu voortaan een plaats der eer bereid Op 's Lands historierol. Uw namen leven Tot bij den jongsten nazaat nog in zeeg'ning,

Als reeds uw stof verwaaid is op den wind.

Eijbergen, Wijier, Coenders, Loosecaet,

Gebroeders Sickinga met Clinge en Rengers,

Uw namen sterven nooit, — uw heldenmoed,

Uw kloek beleid, uw kracht van geest, uw trouw, Ook nog na eeuwen spreekt het nageslacht Er vol bewondering van, terwijl 't zijn kinderen Dan toeroept: volgt die wakkre mannen na!

(Tot vaandrig Herman 't woord richtende.) Gij hebt de goede zaak ook trouw gediend,

En u ontga ook 't loon niet des getrouwen.

Waart gij het niet, die keer op keer van hier Mij kondschap bracht als kloeke spie, ondanks U vaak gevaar aan lijf of vrijheid dreigde?

En — dat ge uw trouw ook aan Oranje's vaan, Verzegeld met uw bloed hebt in 't gevecht, —

Ik wist het, zoo me er ook die bandelier Ten sprekend zinnebeeld niet van verstrekte! —

Terwijl 't brevet van officier u wacht,

Als loon voor uw heldhaftigheid en trouw,

Zoo moog vooreerst,

{Hij geeft aan een paar aan de deur staande officieren uit zijn gevolg een teeken, waarop deze zich verwijderen.)

Zoolang uw wonde u niet Veroorlooft mee ten oorlogsdans te gaan,

Sluiten