Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oorzaak der meeste andere kwalen. Dikwijls moest hij bij zich zeiven herhalen: „Wanneer de drankzucht niet bestond, dan waren deze en die mannen niet ziekelijk en ongeschikt voor den arbeid, die en die hadden van hunne verdiensten kunnen leven, deze kinderen waren niet verlaten en verweesd, dit werkhuis zou haast leeg staan". Steeds meer drong zich bij hem de overtuiging op, dat de drankzucht een hoofdoorzaak van alle sociale kwalen is en dat alle strijd tegen armoede en ellende weinig baat, zoolang men niet de bron daarvan verstopt d. w. z. de drankzucht met allen ernst bestrijdt.

Tot dusver was het voor P. Theobald genoeg een misstand te kennen om terstond de handen aan het werk te slaan. Ditmaal ontbrak hem de moed om een zoo ontzaglijk moeilijk werk aan te vatten en zonder bemoediging van anderen zou hij het nauwelijks gedaan hebben. Drie medeleden van het bestuur en wel Protestanten waren evenals P. Theobald gaan inzien, dat het alcoholmisbruik een hoofdoorzaak van alle sociale ellende was en hadden ook reeds pogingen aangewend om dezen vijand te bestrijden, welke wel is waar zonder gevolg bleven; zij bewonderden den ijver, de toewijding en de welsprekendheid, die P. Theobald eigen waren, en waren van oordeel, dat hij de rechte man was. Zij trachtten hem te overtuigen, dat hij tot matigheidsapostel geroepen was ; verscheidene andere aanzienlijke personen sloten zich bij hen aan en brachten P. Theobald er eindelijk toe deze gedachte in ernstige overweging te nemen. Hij trok zich voor een paar maanden in de eenzaamheid terug om door gebed en rijpelijk nadenken tot de kennis zijner roeping te komen.

Daarbij hield hem ook de vraag bezig, met welke middelen de groote strijd zou worden gevoerd. Het best zou het met zijne opvatting gestrookt hebben de menschen tot matig gebruik van sterken drank aan te sporen. De algeheele onthouding kon hem niet bevallen, zij scheen hem te veel te vergen en nagenoeg onuitvoerbaar. Zou het dan niet genoeg zijn, zoo vroeg hij zich af, de christelijke zedenwetten te prediken om deze ondeugd te bestrijden ? Doch hij moest tot zich zeiven zeggen: dat heb ik en dat hebben andere geestelijken reeds lang gedaan maar waar is het succes ? Zonder een buitengewoon middel aan

Sluiten