Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 3. Alle stemgerechtigde leden der gemeente zijn tot Kerkvoogd verkiesbaar, mits in het jaar van benoeming betalende volgens den aanslag in de tiende of eene hoogere klasse van den hoofdelijken omslag, zoo die geheven mocht worden.

Deze bepaling is niet toepasselijk op de Kerkvoogden, die, toen dit besluit tot wijziging van Artikel 3 genomen werd, als zoodanig fungeerden, zelfs niet na aftreding.

Elke kerkelijke betrekking, waartoe Kerkvoogden benoemen of die door de Gemeente geheel of gedeeltelijk bezoldigd wordt, is onvereenigbaar met die van Kerkvoogd.

Art. 4. Personen, die elkander in den eersten of tweeden graad van bloedverwantschap of zwagerschap bestaan kunnen tegelijker tijd de betrekking van Kerkvoogd niet bekleeden. De zwagerschap houdt op door het overlijden van de vrouw, die haar veroorzaakt.

Opkomende zwagerschap verplicht niet tot aftreding, maar belet eene herbenoeming.

Wanneer personen, elkander in den verboden graad van bloedverwantschap of zwagerschap bestaande, tegelijkertijd gekozen zijn, wordt hij, die de meeste stemmen op zich vereenigd heeft, voor benoemd gehouden.

Hebben beiden een gelijk aantal stemmen verkregen, dan beslist het lot.

Art. 5. Op de wijze bij Art. 50 van het Algemeen Reglement bepaald kiezen Kerkvoogden uit hun midden een Voorzitter en Secretaris.

Sommige werkzaamheden kunnen door de vergadering aan commissiën worden opgedragen.

De Voorzitter wijst aan, wie lid eener commissie zal zijn, tenzij de vergadering zich de keuze voorbehoude.

Kerkvoogden benoemen ingevolge Art. 6 van het Algemeen Reglement een Rentmeester of Ontvanger en geven van die benoeming kennis aan de Gemeente.

Art. 6. De Voorzitter is belast met de bijeenroeping en leiding der vergadering en met de uitvoering van hare

Sluiten