Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moeten de Beheerders der Kerkelijke Goederen onder cnrateele der Kerkelijke Besturen worden uesteld 7

De Synode der Ned. Herv. Kerk beproeft opnieuw eene regeling van 't beheer der kerkelijke goederen tot stand te brengen. Eene kerkelijke regeling, d. w. z. eene die van de Kerk uitgaat, naai' de Reglementen der Kerk tot stand komt en geldig is voor al de gemeenten der Kerk.

't Geval is bekend; eene beheersregeling door de Synode van '98 vastgesteld heeft geene genade kunnen vinden in de oogen van de meerderheid der leden onzer Provinciale Kerkbesturen. Wie onder hen de Kerk tot regeling van 't beheer onbevoegd rekenden, geholpen door hunne collega's die bedenkingen hadden tegen den inhoud van 't Reglement, omdat het aan de Kerkbesturen te weinig invloed op 't beheer gunde; üf dewijl het met Fransche hoffelijkheid (zegge: luchthartigheid!) aan de „Walen" vrij beheer toeliet; of misschien omdat het aan de gemeenten te groote of te geringe zelfstandigheid in 't beheeren harer goederen verzekerde, — dezen te samen stemden het Reglement af.

Daar zat dus de Synode van 1899 voor de vraag: wat nu? Opnieuw aan 't werk, betoogde de. man eener beheersregeling van wege de Kerk, prof. dr. Cannegieter natuurlijk. — Bekomen van zijne wel verklaarbare gevoeligheid over de „mishandeling", „ontzieling" ja wat niet al meer, zijn „meesterstuk van legalen arbeid" aangedaan, wist hij de Hooge Vergadering te bewegen, om eene commissie te benoemen voor ,,'t ontwerpen" van een nieuw Reglement. — En deze Commissie, bestaande uit dr. A. W. Bronsveld, mr. J. Knottenbelt, mr. H. van Manen, bezorgde een „Concept", dat door de Synode van 1900, ietwat gewijzigd, vastgesteld, zijn gang door de Kerk is begonnen en waarop de offtcieele adviezen worden ingewacht; dat reeds in brochures en courant-artikelen'is besproken en beoordeeld.

Van verschillende zijden heeft men het de Synode kwalijk genomen, dat zij zoo kort nadat het in '98 vastgestelde Reglement werd verworpen, de beheerszaak opnieuw heeft ter hand genomen. Zij had haar eenige jaren moeten laten rusten, meent men. Zij laadt zoo den schijn op zich van te willen duinyeH.

Sluiten