Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Kerkelijke Besturen! Wij gelooven half, dat liet den Heeren doorgegaan is, hoe zij in beginsel van de Kerkelijke Besturen niet hebben willen weten, en vergeten is menschelijk! — Maar aan dat lékke geheugen twijfelen wij ook weer, als wij ontdekken, hoe de Heeren hunne onbegrijpelijke wijze van handelen ietwat willen rechtvaardigen en hunne beginsel-verloochening trachten te dekken.... Zij verwijzen daartoe naar eene clausule in de Memorie van Toelichting uit het oorspronkelijk ontwerp „Cannegieter", van dezen inhoud: „het gezag, 'twelk de rechtsorde „stelt, behoort ook die orde te handhaven en moeten dus de lColleges van Toezicht in dat gezag hun oorsprong vinden."

Nu, wat het eerste gedeelte dezer phrase betreft, niemand zal daartegen bezwaar hebben. De Hervormde Kerk, die langs legalen weg eene beheers-regeling in 't leven roept, — alzoo de rechtsorde stelt, moet ook de door haar gestelde rechts-orde handhaven ! Dat spreekt als een boek! „En dus moeten de Colleges „van Toezicht in dat gezag hun oorsprong vinden." — Wis en zeker, Commissie-leden, dat moeten ze bepaald. Geen sterveling zal u dat betwisten. Hetzelfde gezag, hier de Herv. Kerk, wijst aan welke en hoe die Colleges zullen zijn, wie ze zal benoemen en wat dies meer zij; — regelt in één woord alles, wat op die Colleges betrekking heeft. Zij doet dat bij de rechtsorde, die zij stelt. — Ik zou dan ook wel eens willen weten in welk ander gezag de Colleges van Beheer en Toezicht hun oorsprong zouden kunnen vinden, dan in 't gezag van de Kerk, waar deze eene beheersregeling tot stand brengt. — De bestaande Colleges met Beheer en Toezicht belast, vinden hun oorsprong niet in de Kerk — eenvoudig omdat de Kerk de huidige rechts-(?) orde niet heeft gesteld!

Maar hoe ter wereld uit die phrase volgen moet, dat de Provinciale Kerkbesturen do Commissiën, let wel: de Commmiën (geen Colleges) van Toezicht moeten benoemen en b.v. niet de gemeenten of hare beheerders; — geen Colleges met eenige zelfstandigheid, maar Commmiën, mandatarissen der Provinciale Kerkbesturen, in alles van hen afhankelijk, levende bij hunne gratie, creaturen van die Besturen, hun verantwoording schuldig, — dat gaat een gewoon menschenverstand te boven!

Hoe uit die phrase volgen moet, dat deze zelfde Provinciale Kerkbesturen in zeer vele gevallen moeten worden gekend; — dat ook aan hen is de eindbeslissing van ettelijke voorkomende niet onbelangrijke kwesties!

Hoe daaruit moet volgen, dat ook de Synodale Commissie direct in 't beheer wordt getrokken en als opperste rechtbank zal fungeeren; wie dat begrijpt wordt beleefd verzocht het te zeggen. — Wij begrijpen het niet.

Nog eenmaal vragen wij: waar blijft toch het door de Commissie vooropgesteld beginsel: wij hebben voor de uitoefening van het toezicht afzonderlijke Colleges noodig! 't Wordt wegge-

Sluiten