Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit het bovenstaande blijkt zonneklaar, dat de beheerders deikerkelijke goederen onder curateele der Kerkelijke Besturen geraken, indien het Reglement onveranderd wordt aangenomen en ingevoerd. En dat moet, meenen vrij, niet gebeuren!

Daargelaten vele andere bedenkingen die wij hebben tegen het Reglement, vooral waar het minutieuse voorschriften geeft omtrent „begrooting", „rekening", 't zenden van afschriften, zoodat het een vergaderen, schrijven en wrijven wordt zonder end, veel meer dan noodig en nuttig is, (bedenkingen die wij hier niet zullen behandelen) meenen wij, dat wij den vinger hebben gelegd op de vrij belangrijke wonde plek van 't Reglement, waar het, vrijmachtig, het Toezicht op het Beheer aan de Kerkelijke Besturen toekent.

Of de kansen voor de aanneming van 't Reglement groot zijn? Wie zal daarover beslissen!

Men bedenke, dat het in de Synode is aangenomen met 13 tegen 8 stemmen; terwijl de Synodale Vergadering dezes jaars waarschijnlijk uit bijna dezelfde personen zal bestaan als die des vorigen jaars. Nu is 't wel waar, dat aan de leden der Provinciale Kerkbesturen de eindstemming is. Maar de omstandigheden zijn thans niet geheel dezelfde als in 1898, toen liet definitief vastgesteld Beheer-Reglement werd verworpen met belangrijke meerderheid van s emmen. 't Is b.v. licht mogelijk, dat enkele leden die toen tegen stemden, thans hunne stem vóór zullen uitbrengen, omdat er toch eenmaal aan de zaak een einde moet komen, 't Is waarschijnlijk, dat enkele leden zich vóór het Reglement zullen verklaren, omdat ook de Waalsche gemeenten zich naar 't Reglement zullen moeten gedragen, terwijl aan haar bij 't vorige eigenbeheer werd gegund (een privilege waaraan men zich ergerde!), 't Is zeer mogelijk, dat enkele leden dit Reglement zullen helpen aannemen, omdat het aan de Provinciale Kerkbesturen zeer grooten, eigenlijk beslissenden invloed gunt op 't Beheer! Och een mensch is wel eens belust op uitbreiding van zijn macht, en de leden der Provinciale Kerkbesturen zijn ook menschen.

In elk geval is het onverstandig te denken: 't zal zoo'n vaart met dat Reglement niet loopen. Wie er niet van gediend is, doe liever daarvan tér rechter plaatse blijken.

De kerkeraden kunnen dat doen, door hunne afgevaardigden ter Classikale Vergadering, waar consideratien en adviezen over 't Reglement worden gegeven.

Maar de kerkvoogden kunnen zich wenden met een schrijven, een adres, tot de Synode waarin zij beleefd, maar dringend verzoeken het ontworpen Reglement niet dun belangrijk gewijzigd vast te stellen, vooral gewijzigd op het punt van Toezicht. Wij adviseeren, het schrijven zóó in te richten, dat duidelijk uitkome: hoe men eene regeling wenscht op de wijze en in den geest van de bestaande regeling, onder 't Algemeen College, door de Synode

Sluiten