Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(i) Tegen het einde der He eeuw had zich in da gedeelte van Brussel, waar zich nu de z.g. « Jodentrappen » bevinden, een groot aantal Joden gevestigd, en op den hoek van de tegenwoordige « Rue des Sols n en «Kue des douze Apötres» bevond zich hun Synagoge. Zeker rijk bankier, Jonathas „enaam.1, woonachtig te Enghien in Henegouwen, stond aan het hoofd dezer Israëlitische gemeente Klaarblijkelijk om zijn ijver voor de Joodsche wet en zijn haat tegen den Katholieken eeredienst te doen «uitschitteren», zon hij op een middel om de H. Eucharistie in handen te krijgen. Nu bestond er een zekere klas van Joden, die hun geloof afzworen, om zoodoende makkelijker aan den kost te komen ; bij de Christenen waren zij Christen, bij de Joden — die hun drijfveer kenden — bleven zij

Jood.

Het was tot één van dezulken — Jean gehceten, woonachtig te Leuven, - dat Jonathas zich wendde.

«Wat wilt gij geven, als ik Hem u overlever? »

was de Judas-vraag.

De weerstand en tegenzin welke Jean daarbij aan den dag legde, deed den prijs opdrijven tot zestig gouden penningen ( ± 1000 frank).

fiï Hetgeen volgt is in hoofdzaak overgenomen uit: « Le St Sacrement de Miracle et la Chapelle expiatoire, a Bruxelles», par le Rév. Père Lucq. O. P.

Sluiten