Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hand de Ciborie, met de andere de beloofde goudstukken.

De Sacramenteele God laat zich wegvoeren naar haar arme woning, doch brengt er met Zijn tegen-, woordigheid de wroeging in haar ziel. Een nacht van vreeselijke opwinding drijft haar in den vroegen morgen naar den Pastoor van N. D. de la Chapelle, bij wien ze haar angstig hart openlegt.

Cathérine had te doen met een heilig doch tegelijk zeer voorzichtig Priester. Hij wist van den diefstal hij las in een ontstelde, berouwvolle ziel. Mocht hij een absoluut vertrouwen toonen ? kon deze vrouw er geen belang bij hebben hem iets voor te liegen? De zaak was van zoodanig gewicht, dat hij het noodzakelijk achtte den raad van eenige confraters in te winnen. Cathérine, in het geheim ontboden, moest opnieuw de toedracht der zaak blootleggen. Zij beloofde de H. Hostiën weer in handen te stellen van haar Pastoor. Deze ging, begeleid door twee Priesters, naar haar woning en bracht vol eerbied, maar zonder uiterlijk vertoon, het H. Sacrament naar de kapel terug.

Cathérine werd nogmaals opgeroepen en moest — nu voor den Deken van de Sainte-Gudule, Jean d'Yssche — een minutieus verhoor ondergaan. Om zich van haar persoon te verzekeren en haar aan eiken Joodschen invloed te onttrekken, werd zij in de gevangenis van het kapittel in hechtenis gehouden.

Sluiten