Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opstaan te middernacht om de gszangen van liet heilig officie te zingen; het voortdurend stilzwijgen ; het voortdurend zich onthouden van vleesch en het vasten gedurende geheel het leven. Bij deze strengheden voegden zij den handenarbeid, de studie en het vervaardigen van manuscripten, de plichten van het priesterleven en het werk van het apostolaat der zielen. In het aartsdiocees stichtten zij kloosters te Utrecht, Mariaweert, Bern, lilten en Coninxveld. Te Haarlem bezaten zij het klooster van den H. Antonius te Deventer de abdij van den H. Nicolaas. In het diocees Leeuwarden stichtten zij tien huizen: drie abdijen, drie prioraten, twee proostdijen voor kanunniken en twee proostdijen voor kanunnikessen.' Hallum, Tvarmarum, Nieuwkerk, Bolsward, Appelscha, Vrouw-ten-Dale, 01wolda, Burrani en Bethleem zijn geliefde en welbekende namen in de annalen der Orde en waren bewonderenswaardige heiligdommen, waarin de liefde voor de wetenschap gelijken tred hield met den ijver der heiligheid.

De poëzie was niet vreemd aan deze bekoorlijke scheppingen. Het priorklooster van Hallum heette daarom de Tuin

Sluiten