Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Haarvaten en hun werkzaamheid

schillende lichaamsdeelen op rhythmische wijze, in tijd overeenstemmende met de samentrekkingen van de hartspier, bloed voor de voeding en voor den arbeid der weefsels toevoeren. In alle organen van het lichaam gaan de fijne slagaderen in zoo nauwe vaten over, dat men deze ten slotte alleen nog met behulp van vergrootglazen onderscheiden kan. Men noemt deze fijne bloedvaten haarvaten of capillairen. Door menigvuldige vertakkingen staan deze haarvaten met elkaar in innige verbinding en vormen in ieder lichaamsdeel haarvaten of capillairnetten.

Juist deze haarvaten met hun netten zijn de plaatsen, waar stoffen uit het bloed aan het omliggende weefsel voor deszelfs voeding en werkzaamheid worden afgegeven, en dit kan hier des te gemakkelijker plaats vinden, omdat de bloedstroom in deze vaten niet onderbroken wordt, zooals in de aanvoerende slagaderen, maar gelijkmatig plaats vindt en verlangzaamd is. Maar de haarvaten geven niet alleen voedingsstoffen uit het bloed aan de omliggende weefsels af, zij ontvangen ook van de laatste stoffen, die bij de voeding van het weefsel gediend hebben of bij den arbeid door omzetting ontstaan zijn en, om weggevoerd te worden, weer in het bloed moeten worden opgenomen.

Uit de haarvaten geraakt het bloed, met afvalproducten beladen, in de vaten, die geringer in aantal worden, en in wijdte des te meer toenemen, naarmate ze dichter bij het hart komen. Deze bloedvaten dragen den naam van aderen of venen, een term, die ons uit de bespreking van den bouw van het hart niet onbekend is. Eindelijk verzamelt zich al het aderlijke bloed

Sluiten