Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De longaderen

Wij weten reeds, dat het uit de linker hartkamer stroomende bloed in zijn grooten omloop aan alle organen voedingsstoffen toevoert. Onder deze neemt een gas, de zuurstof, een belangrijke plaats in. Bloed, dat voor voeding gediend heeft en door de holle aderen naar den rechter boezem vloeit, is verarmd aan zuurstof en hierdoor voor de verdere voeding onbruikbaar geworden. Om weer zuurstof rijkelijk in zich op te nemen, moet het den kleinen bloeds- of longomloop doen, want als het uit den rechter boezem in de rechter hartkamer en van hieruit in de longslagader en in de fijne bloedvaten der longen is aangekomen, neemt het uit de ingeademde lucht binnen de longblaasjes zuurstof op en wordt hierdoor weer in staat gesteld, aan de voeding van het lichaam deel te nemen. Is de longomloop gestoord, dan vertoont het bloed gebrek aan zuurstof en doen zich die bedenkelijke stoornissen voor, die men verstikking pleegt te noemen.

Er is in het voorgaande meermalen op gewezen, dat het bloed door de samentrekkingen van de hartspier uit de hartholten in de bloedvaten, nauwkeuriger: in de aorta en longslagader, gedreven wordt. Dus de samentrekkingen van het hart zijn de drijfkracht voor de bloedbeweging en maken hierdoor den bloedsomloop mogelijk. Zooals vanzelf spreekt, kan de bloedsomloop slechts dan op regelmatige wijze geschieden, zoolang de samentrekkingen van de hartspier krachtig genoeg zijn en den weerstand overwinnen, dien iedere vloeistof ondervindt, welke door buizen stroomt. De kracht der samentrekkingen van het hart is dezelfde als de kracht der hartspier van welke de samentrekkingen afhangen;

Sluiten