Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Slagaderen, aderen en haarvaten

Het bloed in de bloedvaten is in voortdurende beweging, die men als bloedsomloop aanduidt. Zoo stroomt steeds nieuw bloed naar de organen en wordt het van de organen weggevoerd. Onder normale omstandigheden moeten de aan- en afvoer van het bloed met elkaar in evenwicht zijn.

Om het bloed in de bloedvaten voortdurend in beweging te houden, moet natuurlijk ergens in het lichaam een stuwende kracht aanwezig zijn. Uit de vroeger geplaatste uiteenzettingen weten wij reeds, dat het hart de bloedbewegiug, of zooals men ook zegt, den bloedsomloop, onderhoudt.

Voor het hart geldt nu juist hetzelfde als wat wij zooeven als een grondwet voor de bloedbeweging in ieder orgaan hebben leeren kennen: het neemt bloed in zich op en drijft het weer voort. Terwijl de boezems van het hart bloed opnemen en het naar de twee hartkamers voeren, stuwen de beide hartkamers bij iedere samentrekking der hartspier het bloed in een groot bloedvat, van welke het uit de linker kamer ontspringende bloedvat aorta en het bij de rechter hartkamer behoorende de longslagader genoemd wordt.

Reeds vroeger werd vermeld, dat er drie soorten van bloedvaten zijn: slagaderen, aderen en haarvaten. Alle vaten, die bloed uit het hart voeren, dus aorta en longslagader, om het dan aan de verschillende organen af te geven, zijn de slagaderen. Zulke bloedvaten daarentegen, die het bloed uit de ingewanden voeren, om het ten slotte naar het hart te leiden, noemt men aderen of venen. Tusschen slagaderen en aderen zijn in ieder orgaan de nauwe haarvaten of capillairen ingelascht.

Sluiten