Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bloedsomloop in de lever

zich in den spierrok nog veel elastisch weefsel, dat aan den vaatwand rekbaarheid en het vermogen om zich weer samen te trekken verleent. De derde en buitenste laag van den vaatwand is een los omhulsel, dat ongeveer overeen zou komen met het hartezakje bij het hart.

Als men den wand der aderen onder den microscoop bekijkt, krijgt men ongeveer hetzelfde beeld als dat, hetwelk de slagaderen opleverden ; alleen is hoofdzakelijk de spierlaag minder sterk ontwikkeld. Daardoor is de vaatwand dunner (zie fig. 12).

De tusschen slagaderen en aderen liggende haarvaten of capillairen vertoonen een veel eenvoudiger bouw. De wand wordt uit niets anders dan uit één laag van langgerekte cellen gevormd (zie fig. 13).

In het algemeen geldt als regel, dat elk orgaan door een slagader van bloed voorzien wordt en dat zich de slagader binnen het orgaan in steeds fijnere takjes splitst, die eindelijk in tallooze capillairen overgaan en dat van deze uit het bloed zich in aldoor grootere en tegelijk minder talrijk wordende aderen verzamelt, totdat een enkele ader al het bloed van het orgaan opgenomen heeft en het uit het orgaan wegvoert. Zoo geschiedt het ,om een voorbeeld te noemen, bij de nieren en de milt.

Tal van ingewanden, als hersenen, maag en darmen bezitten meer dan éen slagader en ader.

Een bijzondere soort van bloedsomloop vertoont de lever, die behalve het slagaderlijk bloed, dat zij door een slagader, de leverslagader genaamd, ontvangt, ook nog aderlijk bloed krijgt door de zoogenaamde poortaderen, welk bloed, dit zij in 't voorbijgaan opgemerkt, voornamelijk uit maag, darm en milt afkomstig is.

Sluiten