Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en werken de spijsverteringsorganen niet geregeld.

Spuwt het kind eens wat, dan is dit geen reden tot ongerustheid; als het diarrhée er bij heeft — de ontlasting vaak wat dun is — moet men den dokter waarschuwen, n.1. wanneer dit eenige dagen zoo duurt en geen verbetering intreedt.

Heeft de kleine pijn in het bnikje, wat men kan zien aan het heen en weer trappen der beentjes en het aanhoudend huilen, dan make men een flanellen lapje warm en legt dat op het buikje ; men herhaalt dit eenige malen.

Steeds moet het kind als het nat is, terstond «verdroogd» worden. Daar mag men niet mee treuzelen. Tocht is voor de kleinen zeer gevaarlijk. Men verwarre nu echter tocht niet met frissche lucht, en meene niet dat er geen raam of deur open mag ; men leze daarover eens na, wat we reeds eerder schreven. Bijv. men dekke de wieg een kwartier lang toe met een laken en zet dan 's morgens het raam open, zoodat er frissche lucht kan binnenkomen.

Frissche lucht is voor het kind even n o od i g als voedsel.

Ook zette men de wieg niet in een donker hoekje van de kamer; het kind moet ook licht hebben, even zoo goed en nog eerder zelfs als bloemen en planten. Licht en lucht is leven en gezondheid.

Is het kind tot de zesde maand gekomen en heeft het dan niet meer aan de moederborst genoeg, dan kan men er wat kindermeel of geweekte beschuit bijgeven, maar ook niet eerder tenzij de dokter het voor-

Sluiten