Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grooter worden, daar de microfoon in den stroombaan van een batterij (fig. 78) is geschakeld; de weerstand zal nu eens grooter dan weer kleiner rijn, waardoor de verandering in stroomsterkte ontstaan is.

De schakeling van de toestellen is nu in fig. 77 aangegeven; wij zien, dat de microfoon ieder voor zich met een batterij in een stroombaan geschakeld zijn; in deze stroombanen zijn ieder een inductiespoel Sp, welke als transformator dient, geschakeld. De sterke stroom van lage spanning in de batterijstroombaan wordt hierdoor in een zwakken stroom van hooge spanning in de telefoonstroombaan T2 omgezet. Wij zien nu uit fig. 77, dat de dikke winding van Sp in de batterijstroombaan ligt, waarvan wij in fig. 78 gebruik kunnen maken. Neemt nu B den hoorn van den haak, dan wordt contact 2 met 4 van s verbonden en gaat de stroom van de batterij (K) over de klem EK naar de schakelaar s (contact 1, 2 en 4), door de dikke spoel van Sp over het smeltstuk s2 en klem MZ naar de batterij (nu twee elementen) terug. In de dunne wikkeling van Sp wordt een stroom geinduceerd, welke door de hoorn T2 (fig. 77) over contact 2 en 1 van s en klem EK naar het toestel A gaat, hierdoor over klem EK, de hoorn Tl door de dunne wikkeling Sp over de drukknop si (contact 2 en 1) en de klem L naar het toestel B en hier over de klem L en drukknop sl (contact 2 en 1) naar de dunne spoel teruggaat. De persoon in A hoort dan, wat de persoon in B zegt en kan terug antwoorden, waarbij de stroom op dezelfde wijze gaat.

Het schakelschema van een inrichting met twee magneetinductor-telefoontoestellen is in fig. 79 aangegeven.

VIII. Schema van een inrichting met toestellen en inductiespoelen, waarbij door middel van het eene toestel het tweede toestel opgeroepen kan worden (lijncommutator). Deze schakeling is in fig. 81 aangegeven en verschilt in zooverre met het schema volgens fig. 77 dat toestellen met inductiespoelen (fig. 67 of een dergelijk toestel) gebruikt worden en daardoor ieder toestel een microfoonbatterij MB van 1 of 2 elementen krijgt. Voor het opschellen wordt een gemeenschappelijke batterij RB gebruikt. De koolstaafpolen van alle batterijen worden met de klemmen EK verbonden; aan MZ wordt de zinkpool van de microfoonbatterij, aan WZ de zinkpool van de opbelbatterij verbonden. De leidingen van het aansluittoestel zijn duidelijk in het schema aangegeven; de eerste

4. Weten en Kunnen No. 13.

Sluiten