is toegevoegd aan uw favorieten.

Rond het graf van Sint Servaas

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en hij voelde zich gelukkig bij het graf van St Servaas te mogen sterven en begraven worden.

Bij degenen, die ons in de vereering van St Servaas zijn voorgegaan, moeten wij zeker den H. Gregorius van Tours \ermeiden, een van Servaas' eerste levensbeschrijvers en groote bewonderaar, die van dezen heilige schreef: „als een morgenster daagt hij op over het wordende Trajectum, die koninklijke stad, die hij zoo innig lief heeft gehad".

De H. Monon, een Schotsch edelman, die zich onder de leiding van Joannes Agnus stelde, kwam als pelgrim uit Kome naar Maastricht.

De H. Tiudo, leerling van den H. Remaclus, die hem tot

het priesterscnap opleidde en met de verkondiging van liet

Woord ^ods in deze streken belastte, keerde, na door den

n. Llodulphus tot priester te zijn gewijd, naar Maastricht terug.

De abt van Saint Riquier, de H. Anglibertus, kreeo eenige relieken van St Servaas voor zijn abdij ten geschenke.

ten rriesch edelman, Evermarus, werd met zijn zeven

gezellen, op hun bedevaart naar het graf van St Servaas,

door dienstknechten van den heidenschen ridder Hacco vermoord.

Aan St. Amor uit Aquitanië werd tijdens zijn verblijf in Kome, waarheen hij ter pelgrimage was getogen, bij het grai der Apostelen geopenbaard, dat hij zijn verdere levensdagen bij ae grafstede van St Servaas moest doorbrengen. Te Maastricht aangekomen, leefde hij er een leven van gebed en boete. Zijn naam heeft men te Maastricht in herinnering gehouden door het pleintje, waar eertijds de St Amorskapel stond, St Amorsplein te noemen.

, . D,e H' Mfthildis« gesproten uit het geslacht van Wittekino, gemann van Hendrik ï, hertog van Saksen, was een

T~) «ij 1

van St Servaas. Den vooruitgang in het Kijk, haar voorspoed en dien van haar zoon Otto den Groote, schreef zij aan de voorbede van St Servaas toe. Zij wist zelfs Otto te bewegen, den reliekschrijn, welke het lichaam van dezen heilige bevatte, van Maastricht naar het Stift te Uued;m;;urg ove^ brengen. De Trichtenaren waren hierover zeer hedioeid en zochten naar een geschikte gelegen:ief. ' °m dierbaar pand weer in hun midden terug te krijgen. Door een list wisten zij zich na drie jaren wederom in het bezit te stellen van hun zoo gemiste en betreurde iyeinood, en trok „de groote Heer van Tricht", volgens Hendr. van Veldeke „zijn eigen woning weer binnen".

De H. Bruno, aai Lsbisschop van Keulen, de jongste zoon van Mathildis, volgde ook hierin ongetwijfeld het