is toegevoegd aan uw favorieten.

Programma der plechtige onthulling van het monument voor Mgr. Ferd. Hamer en gezellen, de gevallen Nederlandsche missionarissen in China, te Nijmegen, 28 September 1902

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Boksers deden ook gelijk de Joden weleer, die vreesden dat de Zaligmaker op den lijdensweg zou bezwijken en legden, beducht dat een zonnesteek Mgr. zou treffen, natte doeken op zijn hoofd en afgekapte hand — voorwaai ue schurk, welke die doeken aanbracht deed 't niet uit medelijden, want 't is dezelfde, die Mgr. heeft verbrand ; nu heeit hij zijn straf ontvangen en is onthoofd: hij heette Hia-nu tzeu.

Onderweg gaf men Mgr. ook te drinken; doch at hij slechts weinig, uit vrees, dat men hem zou vergiftigen en nam nu en dan slechts iets aan van de christenen. Onder de reis was 't elkeen toegestaan Mgr. te beschimpen en te verwonden, niet die voorzichtigheid nochtans, dat men een spoedigen dood moest vermijden. \ an een ooggetuigen-kind heb ik vernomen, dat men Mgr. een handvol zand in den mond had gestopt, omdat hij bad; en van meer dan een persoon heb ik gehoord, dat men om dezelfde reden Mgr.

twee messteken in den mond had toegebracht, die zijne tanden

verbrijzelden en zijne tong kwetsten; niettegenstaande dat alles ging Mgr. voort met bidden. Gedurig zeide men aan Mgr., dat men hem naar zijn vaderland, t land der duivelen, ging terugbrengen, en dat zij hem uitgeleide wilden doen.

Den aisten werd Mgr. langs Moe-t'oe-k'eoe (op een half uur van de Christenheid Tch'eng-hoeei-hai-tze) naar 1 otch'eng (10 uren van Eul-scheu-seu-king-ti) overgebracht. — T'o-tch'eng ligt op een half uur van Ho-k'oe, waar Mgr. meer dan eens gedurende zijne reizen in t Ortoesland de Hoang-ho (Gele rivier) is overgestoken. Eens den Gelen stroom over, bevindt men zich op Mongoolsch grondgebied; beide plaatsen tellen ongeveer: de eerste io.oco, de tweede 6000 inwoners. Naar deze plaatsen werden de christenen gebracht, die men in de algemeene slachting gespaard had; daar ook werden 300 van de onzen onthoofd en hunne hoofden op staken tentoongesteld. Buiten de stad 1 o-tch eng ziet men nog overal kleine heuveltjes: de grafplaatsen onzei martelaren.

Later heb ik nog vernomen, dat men Mgr. ook nog vervoerd heeft van To-tch'eng naar Ho-k'oe op eene kar, die geweldig schokte; men had Mgr. doen neerzitten op een ijzeren pin (een werktuig 0111 bezems te maken): de pijn deed hem soms alle gevoel verliezen en als men hem vroeg :