is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn reis door het aartsbisdom en de stichting van Nieuw-Dordrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer dan Op den Hoorn, een niet te versmaden sommetje van 281 gulden. Dit is zeker de eerste maal geweest dat Kloosterburen het Op den Hoorn heeft afgewonnen. Doch beider parochianen blijf ik even dankbaar en beider herders hebben krachtig als overal mede gewerkt voor Nieuw-Dordrecht.

Ook Martenshoek wist, ontvangen weldaden te vergelden. De gemeentenaren , voor wie een tiental jaren geleden ook eenmaal de eerste herder de hand uitstak, vulden thans de schaal met ƒ115 voor Nieuw-Dordrecht.

In Nieuwe Pekel A wilde de herder den bedelaar van Nieuw-Dordrecht niet ongetroost laten henengaan. Hoewel de parochie zelve op zware lasten zat, vertrouwden herder en gemeente op het woord des Heeren : „Geeft en u zal gegeven worden" en met f 85 verliet de bedelpastoor deze gemeente meer dan voldaan.

In Oude Pekel A werd alles gedaan om mijn daarzijn aangenaam te maken. De herder alhier, voorheen pastoor van Compascuum, was verheugd dat een veenheer zijne gastvrijheid vroeg, en aanstonds beraamde hij de middelen hoe wel het best de collecte zou slagen.

Het plan stond vast bij den herder; zijn gemeente, zijn eigen persoontje incluis, moest vier honderd gulden voor de parochie van Nieuw-Dordrecht opbrengen. Ik merkte op, dat die som mij erg hoog voorkwam, doch pastoor Eekman hield vol.

Ik kreeg nu opdracht een dozijn huisgezinnen vooraf een visite te brengen om de collecte aan te bevelen; iets wat is geschied. Lieve Hemel, wat heb ik gepraat als Brugman!! een zet heb ik aldaar onder een kopje thee verkocht die mij nog doet lachen. De persoon in quaestie zeide : pastoor als u zóó preekt dan krijgt gij één gulden, en als gij zóó preekt geef ik