is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn reis door het aartsbisdom en de stichting van Nieuw-Dordrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(ka»?'» „Natuurlijk , doch ben je belet, welnu, ik ga alleen,"

„Alleen ! dwars door het veen, drie uren

en drie, uren terug bij zomersche wegen, en dat nu, nu het veen grondeoos is. „Turk. „de baas gaat uit" en met zijn baas en diens gast ging de reis via üompaseuum naar Dordt. Wat oogen zette Moorkesheer op toen hij zoo spoedig zijne ambtsbroeders weer Inj zich zag • fluks waren ook zijne verlengstukken aan en voorwaarts ging het over het veen

Compascuums' pastorie is het veen verschrikkelijk , een luchtballon zou daar betere diensten kunnen doen dan hooge laarzen. Geen wonder dat de dienstbode in al dien tijd nog geen voet buiten de pastorie heeft gezet.

Na tien minuten hadden wij Compascuums' pastorie en geheel de oase in die veenwoestijn achter ons en daar ieder onzer een weg zoeken moest, staakte al spoedig het gesprek. Zoo liepen wij over dien drassigen , zwarten bodem ; geen huis feen J?7oom' geen levend wezen meer. Pastoor Y\ eninxk riep op eens met luide stem • „Les mages allant a Bethléhem". Wij keken om, en nogmaals herhaalde ZijnEerivaarde de woorden „Les mages allant a Bethlèiiem (De Driekoningen optrekkend naar Bethlehem). Inderdaad, zoo als wij nu moesten eenmaal ook de Wijzen uit het Oosten door de woestijn hun 'weg hebben vervolgd. Mocht de schilder J. Portaels die der Vijzen tocht zoo meesterlijk heeft weergegeven, een opvolger vinden, „wij zijn bereid ons voor dat doel beschikbaar te stellen." Ik twijfel er niet aan of de schilder zal goede zaken maken.

Daar wij de doorgraving van het nieuwe kanaal van den Heer Scholten wilden opnemen , hadden wij den langsten weg genomen , en onderwijl ik even stond uit te blazen, klonk weer die vervaarlijke stem