is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn reis door het aartsbisdom en de stichting van Nieuw-Dordrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was ik ten minste tot Vrijdag onderdak, en was ik vrij tot Vrijdag om van NieuwDordrecht's jeremiaden te gewagen.

Ü Sept. 1903. In Bunnik's pastorie vertoefde ik drie volle dagen en heb er geen minuut mijn gastheer ontmoet, nog wel mijn oud-professor Mgr. Dr. J. A. H. G. Jansen. Hoe dit kan? Heel eenvoudig. Zijn HoogEerwaarde was afwezig. Welkom was ik er ten volle, want ik had nauwelijks een voet in huis, of reeds had ik in een couvert een steentje te pakken voor Nieuw-Dordrecht's kerkgebouw. De Herder was dus zijn schapen voorgegaan, en toen ik vertrok was ik / 160 rijker geworden. In vroeg- en hoogmis beiden had ik gepreekt en gecollecteerd.

Montfoort 20 Sept. 1903. Van Zwolle via Utrecht—Woerden in den sneltrein was een gezellig zitje , doch de wandeling van Woerden naar Montfoort viel mij lang om reden de avond begon te vallen en de weg mij onbekend was. De lichten brandden reeds lang toen ik aanbelde, en aan de gedienstige geest die mij de deur opende zag ik dat ik welkom was. Pastoor van Blaricum en zijne kapelaans gaven mij allen goeden moed voor den volgenden dag, en hoopten dat ik over de kerkcollecte zou tevreden zijn. Ik heb inderdaad reden gehad om tevreden te wezen over cleru * en parochianen; met / 270 verliet ik Maandag 's morgens de gezellige pastorie van Montfoort.

De jongste kapelaan bracht mij te voet een half uurtje ver op weg. Wie had toen kunnen vermoeden dat ZijnEerwaarde vier weken later in het kille graf zou worden neergelegd ? Dat de dood overal ronddwaalt, jeugd noch ouderdom ontziet, dat heb ik gedurende mijne omzwerving voortdurend aanschouwd. Tot over 4 , of 6 weken, klonk het dikwijls als ik iemand had bezocht en kwam ik alsdan weer ter