is toegevoegd aan uw favorieten.

Berichten uit Nederlandsch-Oost-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kinderen aan de E.E. Zusters Eranciscanessen opdragend, heeft hij de inrichting tot grooten bloei gebracht.

Ook te Soerabaja werd met de hulp der Vincentiusvereeniging een toevluchtsoord voor katholieke meisjes in het leven geroepen.

Veel was er dus gedaan voor de meest on^elukkiVen

o O o

onder de weezen en veriatenen : voor de meisjes, die het minst in staat zijn zich te helpen en aan grooter gevaren zijn blootgesteld; maar voor de arme jongens wist men geen uitweg. Wel waren er in het weeshuis te Semarang 80 plaatsen voor jongens beschikbaar ; maar bij iedere aanvrage bleek het, dat die plaatsen reeds door kinderen van midden-Java waren ingenomen.

Pastoor de Vries, die van af 1876 tot 1882 te Batavia was, had een groot getal arme jongens bij families uitbesteed; andere pastoors volgden zijn voorbeeld, maar het was duur werken met minder goed gevolg; daar menschen, die arme kinderen in huis willen nemen, niet altijd geschikte opvoeders zijn en dikwijls alleen eigen voordeel op het oog hebben. Het duurde echter nog eenige jaren alvorens voor de verpleging van onverzorgde jongens een meer belangrijk werk begonnen werd.

De aanvang was klein. In de maand December 1885 bracht een arme vrouw een klein jongetje aan de pastorie te Buitenzorg. Zij was door haar man verlaten en niet meer in staat voor het kind, dat ongeveer drie jaar oud was, te zorgen; op aandringen van den huisbewaarder, een Europeaan, die met zijn vrouw de bijgebouwen der pastorie bewoonde en die mij beloofde voor het jongske te zullen zorgen, heb ik de bede der arme moeder ingewilligd. Eenige weken later werd een landheer uit de omstreken van Buitenzorg door den raad van Justitie te Batavia tot voogd benoemd over twee minderjarige jongens, wier vader, een tuinopziener, op het land Jasinga overleden was.

De landheer was ten einde raad, wist niet hoe en wat, met die jongens, waarvan de een 11 de andere 9 jaren oud was, te beginnen; het waren in het bosch opgegroeide