is toegevoegd aan uw favorieten.

Berichten uit Nederlandsch-Oost-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in linnen gewikkeld, doch de menschen van deftiger stand worden in een bero of uitgeholden boomstam, zelden in een doodkist begraven.

o

Wanneer het lijk is afgelegd komen vele kampongmenschen bij het sterfhuis, om een rozenhoedje tot zielerust van den overledene te bidden. Gedurende den nacht wordt het lijk bewaakt, waarbij het eigenaardig gebruik bestaat, dat de bewakers sirih-pinang eten en tabak pruimen. Nu zulk een versnapering mogen zij wel hebben, want het is in deze warme streken bijna niet om uit te houden van de onaangename lucht, die u tegen walmt, vooral als het lijk meer dan één dag boven aarde staat. De kampongleden der Confrerie, (die zooals ik reeds vroeger meldde door den Portugeeschen priester is ingesteld om aan den uiterlijken eeredienst meer luister bij te zetten) gaan in hun witte spaansche mantels gehuld met kruis en kandelaars en vaandel, (dat voor de kinderen rood is met een wit kruisen voor de groote menschen zwart met een wit kruis) naar het sterfhuis.

Vóór ik verder ga, zij nog dit opgemerkt, dat naar mate de stand hooger is, er meer vaandels en Confrerieleden bij zijn. Of dit misschien is, omdat er na de begrafenis meer afvalt, of dat daarvoor ook al klassen bestaan, evenals in Holland, heb ik met mijn kleine ondervinding tot nog toe niet kunnen achterhalen, te meer omdat wij slechts de vergunning geven, dat de Confrerie er bij mag zijn; het overige wordt in de kampong zelf bedisseld. Die toestemming wordt gegeven voor alle wettige kinderen, vervolgens voor allen, die hun Paschen gehouden hebben. Komt ooit het tegendeel voor, dan wordt het kind zonder Confrerie doch met inzegening der kerk, een groot mensch zonder plechtigheden in het bosch begraven. Dit laatste is in den tijd, dat ik hier ben, nog niet voorgekomen, omdat het een zeer groote uitzondering mag genoemd worden, dat iemand aan zijn paaschplichten niet voldoet. Sterft een der leden der Confrerie, dan moeten zooveel als mogelijk is, alle leden opkomen, om de begrafenis op te luisteren en hun confrater de laatste eer te bewijzen.