is toegevoegd aan uw favorieten.

Het grafschrift van proost Dirk van Wassenaer in de St. Janskerk te Utrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christus aan te spreken en dan, als tusschen de bedrijven, tot den lezer van het opschrift te zeggen: „Hij is God en mensch" ware toch heusch wat al te potsierlijk.

De heer P. vertaalt die woorden met „o Godmensch" ten einde ze met den vocativus Ch riste te doen kloppen; maar dat dit geen vertalen is, en toch de derde persoon est niet kan verbonden worden met eenen vocativus als subject, moet iedereen toestemmen. Men heeft, gelijk ik zeide, eenvoudig te lezen: qui Deus est et homo, wat er staat, en alles is in orde. Blijkbaar heteeJcent dat den Godmensch, maar in den nominativus, als subject van liet onmiddellijk voorafgaande rogiteiur.

Dat cur op den steen niet staat, bekent de heer P., maar de steenhouwer, beweert hij, vergiste zich hier en hadde cur moeten beitelen. „De eerste letter van den regel', zegt hij — zelf eene kleine vergissing begaande, want het is de eerste letter van het zesde woord in den regel — is c met het verkortingsteeken voor us; maar wijl cus geen zin geeft, stel ik voor te lezen cur." Dat er cur moet gelezen worden, is duidelijk, meent hij, door een vraagteeken achter het weldra volgende „aïïo" of „avo". Nu gaat het toch zeker niet aan, zoo maar klakkeloos eenen flater van den steenhouwer te onderstellen, en hier te minder wijl cur slechts ééne lettergreep heeft, terwijl door de versmaat hier twee lettergrepen worden geeischt. Naar middeleeuwsche verkor! ingsgebruiken mag men dan ook zelfs waar eene c door het gewone verkortins's-

c Ö

teeken voor us — eene naar rechts gebogen lijn die boven in eene naar links omgebogen krul eindigt —

O O O

wordt gevolgd, even goed cujus als cus lezen. Er