is toegevoegd aan uw favorieten.

Het grafschrift van proost Dirk van Wassenaer in de St. Janskerk te Utrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou geheel en al zonder voorbeeld zijn. De tweeklank ae werd in de middeleeuwen nooit als a, maar geregeld als e geschreven. De steller van ons grafschrift heeft het dan ook overal elders waar hij ae moest geschreven hebben steeds zoo gedaan: papae is bij hem pape, praepositus is preposilus, vilae is vite geworden, Hij hadde derhalve ongetwijfeld, indien hij aevo bedoelde, niet avo, maar evo geschreven, en men heeft te lezen, gelijk er staat: cujus clecessït ab anno, hetgeen moet vertaald worden: „Na wiens (geboortejaar hij

„overleed,". .....

Het voorlaatste vers luidt volgens de ontcijfering

van den heer P.:

Mille semel, semel quinque, bis ter decem, centuin

quater dies quinque.

Op den steen staat in plaats van Mille eene M, in plaats van decem eene X, in plaats van centum eene C.

„Voor de laatste groep dezer alinea, zegt ZEd., is (op den steen) eene lacune, eindigende met de verkorting que, waarvoor quin is te vullen;" „de aanvulling, schrijft hij, is zeker, wat den zin betreft, doch ik behoef wel niet te zeggen, dat men de uitgevallen woorden op verschillende manieren kan schrijven; zoo bijv. voor de drie teekens van honderd quater, qiiat met een verkortingsteeken; en dies kan ook als d met een verkortingsteeken zijn geschreven."

Ook deze ontcijfering lijdt aan onoverkomelijke bezwaren.

Zij kan de rechte niet zijn reeds wegens de omstandigheid, waarop boven door mij werd gewezen, dat zij voor een hexameter, dien zij moest leveren, ten minste vijf lettergrepen te veel bevat.

Van het tweede semel daarenboven en van de twee