is toegevoegd aan uw favorieten.

Brief naar aanleiding van D. S. Gorter's geschrift: De theologie van Pr. J.H. Scholten enz.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christenen onderwerpen aan hel gezag eener letter, en maakt van de Schrift, wat de Schrift niel zijn wil, in plaats van eene historische getuigenis aangaande den Christus, Joh. V: 59, XV: 27, den grond van het godsdienstig geloof. Zal echter de Schrift als zoodanig gelden, dan moet de Christen natuurlijk zich zelveu vergewissen, dat Gods openbaringen voor hel nageslacht in die boeken verval zijn. Hierloe is noodig, dat hij die hoeken in handen heeft. Nu bespeurt hij echler, dat die boeken niet meer bestaan in originali, maar in afschriften, die vele eeuwen van het origineel verwijderd zijn. Zoo moet hij dan, volgens gorter, eerst den tekst dier schriften zuiveren, wal echter, gelijk hij zelf zal toestemmen, slechts hij benadeling geschieden kan. Heeft hij, of iemand voor hem, ze gezuiverd, en in dit laalste geval weet hij voor zich niel zeker, dal ze gezuiverd zijn, dan moet h'j de talen Icercn, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Giieksch, waarin die schriften oorspronkelijk geldlieven zijn, 01, daartoe onvermogend, zich behelpen met eene vertaling, en de juistheid dier vei taling, om met gorter te spreken, aannemen op hel gezag van «patriarchen, pausen, bisschoppen en dommeV' hl. 46, en dus op menschelijk gezag. Leest hij de Schrift in liet oorspronkelijk, dan ontstaat de vraag naar den zin der Schrift, en de Christen ziet zich gedlongen, om, bij het verschil van meening, dat daaromtrent bestaal, voor zich eene keus te doen. De bijbel wordt nu voor hem zijne opvatting des bijbels, en de verzekering, dat hij gelooft wat God in den bijbel tol hem spreekt, hl. 44, moet in dezen vorm