is toegevoegd aan uw favorieten.

Brief naar aanleiding van D. S. Gorter's geschrift: De theologie van Pr. J.H. Scholten enz.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gorter maakt hiertegen twee bedenkingen: lu Eigen inzigt is faalbaar en veranderlijk. »l)e geschiedenis der wijsbegeerte is slechts de opeenvolging van elkander verdringende stelsels, die als daghloemen opkomen, bloeijen en vergaan. De ondervinding van iederen onderzoeker is, dat zijne overtuiging hijna dagelijks verandert," hl. 11. Alsof dit met de kennis, die haren grond heelt in de geschrevene bijbelsche openharing, anders ware! Alsof zij, die, wat den grond van hun geloof betreft, op helzellde standpunt als gorter staan, in hun gevoelen niet telkens veranderden, wanneer hunne kritiek en exegese hen tot andere resultaten leidt! Alsof de geschiedenis der kerkelijke autorileilstheologie ons niet evenzeer leerde kennen «eene opeenvolging van elkander verdringende stelsels, die als daghloemen opkomen, bloeijen en vergaan!" lil de opmerking van gorter volgt alleen dit, dat domenschelijke geest de waarheid op geen enkel veld van menschelijke kennis in eens magtig wordt, dat paulus regt had met te zeggen: »wij kennen ten deele," en dat jezus teregt gewezen heeft op eene steeds toenemende kennis der waarheid ook omtrent zulke dingen, die hij zijnen discipelen niet had bekend gemaakt, omdat zij ze toen nog niet dragen konden, ofschoon zij, door den Geest der waarheid geleid. ze later zouden inzien. Wat zou de heer gorter zeggen van eene redenering als deze: de geschiedenis der natuurkunde van den vroegeren lijd stelt ons voor oogen eene opeenvolging van elkander verdringende subjectieve voorstellingen en hypothesen, dus is de natuurkunde geenc wetenschap,