is toegevoegd aan uw favorieten.

Brief naar aanleiding van D. S. Gorter's geschrift: De theologie van Pr. J.H. Scholten enz.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

h ah'iy/uuzi. Kan de mensch, die nog door zijne zinnelijke natuur beheerscht wordt, o ipv%txós, de bovenzinuelijke dingen niet verstaan, volgt daaruit, dal er voor den liooger ontwikkelde (6 nvtvfiaztzog) geene zelfstandige, ofschoon dan ook nog altijd onvolledige , kennis der waarheid mogelijk wezen zou? \olgens jezus en paülus, is de kennis van liet bovenziiiiielijke de vrucht en het loon van onze zedelijke ontwikkeling, volgens gorter moet elk, ook de yv/jzog, do waarheid fix und ferlig op het papier vóór zich hebben, en met dat blad vóór zich, evenzeer als dc hoogstontwikkelde, zich kunnen beroemen in het bezit der waarheid te zijn. Neen, de zekerheid, die gorter verlangt, wordt niet zoo gemakkelijk verkregen, maar moet de vrucht zijn van langdurige oefening en strijd. Wie niet uit God geboren is, ziet de dingen des koningrijks niet, de aanvankelijk verloste begint ze te zien, ofschoon nog slechts gedeeltelijk. Volkomene kennis is hier beneden voor den mensch niet weggelegd. Is onze ontwikkeling eens voltooid, dan zullen wij God zien, en kennen, zoo als wij zeiven gekend zijn.

Misschien rijst hier bij u dc bedenking op, of dan de christenen, terwijl zij, volgens gorter, óf blindgeloovenden óf critici en exegeten zijn moeten, volgens mijne voorstelling, zelfstandige denkers en wijsgecren zijn moeten; eene meening, die het Christendom evenzeer voor daglooners, dienstboden, enz. ontoegankelijk zou maken. Op die bedenking geven de Apostelen ten antwoord, dat, ofschoon de christelijke gnosis of het weten de hoogste vorm is, waarin de waarheid wordt toegeëigend, ook