is toegevoegd aan uw favorieten.

De eenzaamheid, den evangeliedienaar aanbevolen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als zij ons goed moest doen. Hoe dieper het besef van verantwoordelijkheid is, hoe grooter zegen; hoe meer de verzoekingen zijn, des te grooter de ervaring der genade; ontbreekt deze, dan verliest het ambt zijne liefelijkheid; slechts tegenzin kan er voor in de plaats treden. Niets is zoo erg, heelt een groot denker gezegd, als het bederf van het uitnemende. Hoe hooger iets geplaatst is, hoe lager het valt. Niets is er derhalve, waartoe de evangeliedienaar niet kan vervallen, als hij de opgewektheid en den smaak voor zijn ambt verloren heeft; en wanneer zelfs de uitoefening van zijn bediening hem aan dit gevaar blootstelt, moet er iederen dag iets zijn dat hem tot zijn punt van uitgang terugbrengt; iederen dag moet hij in zijne roeping versterkt worden, iederen dag moet hij zich opnieuw aan zijn werk wijden. Hij moet in vreeze en ootmoed het ambt waarnemen, dat zijn vreugd en roem is. Hij moet wel, wel verre dat hij zich inbeeldt dat het ambt den evangeliedienaar maakt tot zichzelven zeggen dat de evangeliedienaar het ambt maakt, en dat hij nooit beter de behoefte aan gemeenschap met God gevoelt, dan wanneer zijn werk op zichzelf hem deze schijnt te geven. Hij moet den regel van Franfois van Sales 1) volgen ,,om gestadig met zijn geest tot God te keeren, zelfs onder de werkzaamheden die God tot voorwerp hebben." Is het noodig te zeggen dat al deze beschouwingen ons de eenzaamheid kostelijk en dierbaar moeten maken?

Daarenboven is niet alles in de werkzaamheden die ons zijn opgedragen, geestelijk, zelfs niet kerkelijk. Vele van onze

1) Graaf Fran<;ois van Sales was Bisschop in Frankrijk in het begin dor XVIIe eeuw. Hij behoorde tot de ernstig-vryzinnige Roomsch-katholieken, die de kerk in de kerk wilden hervormen en had, ofschoon hij in zijn kerk bleef, veel sympathie voor Port-Royal; hij stierf 28 Dec. 1622 te Lyon. Zie 07er hem Dr. Herzog, Real-Encyclopedie für Prost-Theol. uud Kirche, 1855. Mère Angélique, Abdis van het klooster Port-Royal, raadpleegde hem dikwijls.

2*