is toegevoegd aan uw favorieten.

Drieërlei grootheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is (8). I)cn gansehen Pascal moet gij in al zijne Gedachten zoeken, en niet het minst ook in die over s menschen grootheid en ellende (9). Daarom ze^en wij liever niet, dat wij in de onze als in het middelpunt

staan; maar op het hoogste punt — hiervoor valt zeer veel te zeggen.

De plaats, haar toegewezen in het oorspronkelijke handschrift, nog te Parijs berustende, heeft in dit opzicht geene beteekenis, doch het is niet onaardig er even de aandacht bij te bepalen. In het boek, op welks bladzijden men de nagelaten Gedachten van Pascal, enkele uitgezonderd, door elkander heeft vastgehecht, viel aan de onze bladzijde 53 ten deel. Nevens haar op dezelfde bladzijde kregen XXV, 26 („Toen Nebucadnezar het volk wegvoerde, werd hun uit vrees dat men zou meenen, dat de scepter van Juda was weggenomen, te voren gezegd, enz.") en XVII, 3 („Bewijs: Voorzegging met de vervulling Wat Jezus Christus voorafging en wat Ilem volgde. ) eene plaats; beide staan tot haar in Rcene de minste betrekking, zoodat blijkbaar bloot toeval, waarschijnlijk de mindere of meerdere uitgebreidheid der door lascal gebruikte stukken of strookjes papier over de samenvoeging beslist heeft. Van XXV, 26 is opmerelijk, dat Pascal haar overgetrokken heeft op eene eerst met potlood geschreven nu uitgewischte redactie. De onze heeft slechts vier doorhalingen van wein.V beteekenis, en schijnt dus, ofschoon van langer adem terstond zóó te zijn opgeschreven als wij haar nu nog bezitten; anders zijn soms bij dergelijke meer uitgewerkte tredachten sporen van verschillende bewerkingen merk-

hetr'h» nDen W*' Uit de plaat8 der Geachte in

et handschrift niets opmaken omtrent die welke voor

haar bestemd was in het groote apologetische werk,

waarvoor Pascal bouwsteenen verzamelde, indien wij letten