is toegevoegd aan uw favorieten.

Drieërlei grootheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van redeneering en enthusiasme. Hij was in merg en been wiskundige, maar ook, maar evenzeer asecet, die de extase kende. Beide schijnbaar zoo tegenstrijdige neigingen vereenigen zieh in zijn stijl. Welk een merkwaardig gebed dat gebed „om aan God het rechte gebruik der krankheden te vragen (Holl. vert. XXXVIII)!" Het is eene hartstochtelijke bewijsvoering, in welke een sterfelijk mensch met zijn God redeneert. Hij houdt God als geboeid met de ketenen van zijne eigenschappen, evenals men een rechter zou ketenen met de plichten en de verantwoordelijkheid van zijn ambt (80). In de „drieërlei grootheid' hetzelfde. Begint hij niet als met eenige definitiën? Laat hij daarna den draad der redeneering één oogenblik los? Is hij niet onafgebroken bezig te bewijzen, dat de orde der liefde de hoogste en in haar Jezus Christus de allerhoogste is? Toch kan hij al bewijzende zijne verrukking niet bedwingen, gaat zelfs Jesaja nazingen en neemt de exclamatie in zyne argumentatie op. Daarom is het er verre af, dat de symmetrie zijner denkbeelden zijne taal ooit koud zou maken ; zy wint er eer door aan levendigheid, en door eene treffende wending bezielt hij elke gedachte. Vinet spreekt met recht van zijne „logique passionnée."

Dat Pascal zich door haar laat leiden is nog het minste ; logica raakt slechts het formeele; maar dat deze man in de macht en onder den invloed stond van wat dezelfde Vinet „la vérité passionnée" noemt, dat de zaak voor welke hij ijverde, zelve zoo welsprekend was, en hare waarheid niet buiten maar in hem woonde — dat maakte hem zoo buitengemeen welsprekend. Wie gevoelt niel, als hij hem hoort, dat hij verteerd wordt van heiligen eerbied en liefde voor zijnen Heer? Wel vereert hy de wetenschap, maar alle glorie, ook de hare, zinkt voor hem weg, als hij deukt aan deu glans, die Jezus in zyne