is toegevoegd aan uw favorieten.

Godgeleerdheid en godsdienstwetenschap

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voegd, en het beginsel der neutraliteit, waaruit die groepeering is voortgevloeid. Nu zou het te begrijpen zijn, als iemand bezwaar had, om zitting te nemen in eene faculteit, welke op die wijze was georganiseerd. Maar indien het beginsel dit niet verbiedt, schijnt er bijna geen bezwaar meer mogelijk tegen het bestudeeren en doceeren van een der vakken, in onze wet genoemd. Die wetenschappen zelve zijn toch niet uit den Booze. De verschillende godsdiensten hebben er recht op, om onderzocht en gekend te worden. Schrift noch Kerk verbiedt dat onderzoek. De wijsbegeerte moge in haar ijdel misbruik door de Schrift worden veroordeeld; zij zelve is naar het woord van Calvijn een „donum Dei."

Ook de wet laat zulk eene christelijke behandeling der genoemde wetenschappen geheel vrij. Zij eischt ze niet, maar verbiedt haar evenmin. De wet op het lager onderwijs legt een christelijken onderwijzer de plicht op, om in de openbare school zijne overtuiging te verzwijgen. Maar de hoogleeraar aan de Universiteit verkeert in een ander geval. Hij mag ook als man van wetenschap en als hoogleeraar belijdenis doen van zijn geloof. Zelfs is het een recht der wetenschap, dat een hoogleeraar in de faculteit der godsdienstwetenschap vrijheid liebbe, om in woord en geschrift het beginsel en de inrichting dier faculteit zoo krachtig mogelijk te bestrijden. Feitelijk zal bijv. geen enkel hoogleeraar aan onze Universiteiten de encyclopaedie willen verdedigen, die in onze wet aan de faculteit der godsdienstwetenschap ten grondslag ligt. De Staat is geen schoolmeester, ook niet op het terrein van het Hooger onderwijs. En zoo zal ook de wet het ten volle moeten eerbiedigen, als iemand aan de Overheidshoogescholen de historie der godsdiensten en de Wijsbegeerte der religie onderwijst in positief christelijken geest.

Protest zal hiertegen slechts uitgaan van diegenen, die in