is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Calvijn tot Rousseau

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neden zijn we gedetermineerd, afhanklijk. Abstracte „vrijheid ' is een ongerijmde gedachte. „Willen" en „handelen kan niet bestaan zonder motieven die het in beweging brengen. Nu vinden wij de gewone determinatie, bestaande in het natuurlijk leven zooals het is, het gewone en alledaagsche bedenken des vlcesches, het zijn en bestaan van den mensch zooals hij van nature leeft, een vijandschap t e g e n G o d, d. i. iets dat wij als noodzakelijk erkennen maar tevens schuldig, verwerpelijk noemen. Wij verwerpen dus den „vrijen wil", als actueelen, nu reeds bestaanden, toestand beschouwd, doch niet op philosophisch-dcterministischen grond, maar zooals onze nederl. belijdenis (Art. 14) het verklaart: „wiezal met zijn wil voorkomen die verstaat dat de gezindheid des vleesches vijandschap tegen God is?" En de goddelijke indaling, levendmaking, die tot het wegnemen van dien toestand noodig is en werkelijkheid werd, is dus een scheppen en bepalen van ons willen en werken, door hetwelk wij in plaats van onvrij te worden, integendeel eerst vrij worden. De „vrije wil" is ons doel, niet punt van aanvang. Geestelijk te leven en zich door God uitverkoren te weten, is dus één en hetzelfde. Van nature loochent de mensch, naar de noodzaaklijkheid zijns hoogmoeds, dat hij door Gods genade uitverkoren is. Maar wie gelooft en dan zijn geloof onderzoekt, kan er geen anderen grond dan verkiezende genade voor vinden, en mag niet zoozeer als wel moet zich uitverkoren noemen, d. i. Gode alle eer geven.

legen deze verkiezing staat een verwerping over, namelijk niet slechts een „laten" van de verworpenen in het aan allen gemeenschaplijk verderf, maar iets veel ergers; een vreeselijk stuwen juist door de macht der