is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Calvijn tot Rousseau

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jectief zoeken en tasten is, neen zeer stellig de eeuwige waarheid uitdrukt. Kortom het verschil dat wij hespreken is gelijk aan dat tusschen het onderzoek naar de gezondheid en haar voorwaarden hetwelk iemand (zelf krank of gezond, het verandert er niet door) op de studeerkamer instelt — en tusschen de gezondheid zelve waarin iemand (zelf kundig of onkundig, het verandert er niet door) op de markt des levens wandelt. Onze gezondheid nu is de (verkiezende) daad Gods in welke God, door den gang Zijner genade in Christus, de zonde en den vloek des doods overwint. Hier vat God den enkelen mensch, u en mij, aan. De wijsbegeerte heeft met het algemeene, met „den mensch," het begrip, te doen. In dezen zuiveren aether des denkens gaat alles met noodzaaklijkheid, ongehinderd voort. Bliksemsnel ziet men het verstaan tot doen, de gedachte tot werklijkheid worden. Of eigenlijk is er in 't geheel geen overgang van het eerste tot het laatste, maar eenzelvigheid: het denken is het zijn. Ik denk, derhalve besta ik," zegt des Cartes. Verstand en wil zijn één," zegt Spinoza. Maar het geloof zegt: neen, het ontzachlijk beletsel van de zonde staat daar tusschen, niet weg te nemen dan door de vleeschwording en haar toppunt, het Kruis. De philosophie zegt: het denken is het zijn: zooals gij denkt, zoo geschiedt het. Maar God zegt: Mijn doen is het zijn; gelijk gij gelooft, d. i. aan u laat doen, zoo geschiedt het. (Matth. 8, 13). Daarom is het tegendeel van de zonde voor de Gemeente niet, gelijk voor de philosophie, de,,deugd" of de „waarheid," maar het geloof (Rom. 14, 23. Joh. 16, 8, 9)waarin de mensch van God ontvangt te willen wat hij zijn moet, d. i. dus zelfstandig zichzelf te verwerkelijken, zoodat de leden door en met het Hoofd „het leven hebben in zich zelve" (Joh. 5, 26; 6, 53, 57). Daar nu het „denken" het algemeen menschelijke is waarin allen kunnen overeenstemmen, maar het „geloof" het meest persoonlijke dat er is, zoo blijkt hieruit de waarheid van het in den text beweerde.

Het geloof is het persoonlijke, de philosophie het verstandelijke-algemeene. Het geloof kan alleen gepredikt, de philosophie bewezen worden. Maar dit wil niet zeggen dat wij geen christelijke philosophie of metaphysica zouden erkennen. Hare grondlijnen zijn ons de volgende. De groote kwestie tusschen nominalisme en realisme : „is de waarheid in de dingen die wij zien, of in het onzichtbare, ideëele?" werd door Spinoza in realistischen zin beslist. Omnis determinatio est negatio, alle bepaaldheid is beperktheid. Tegenover hem beweeren wij, dat de oneindige vrijheid Gods zich in oneindige individualiseering openbaart. Waren de afzonderlijke bestaande dingen slechts uitdrukking van ideeën, zoo waren ze alle aan elkander gelijk, het individueel onderscheid zou vervallen. Doch nu open-