is toegevoegd aan uw favorieten.

Moderne wetenschap of bijbelsche traditie?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

getuigen;" en verklaart zelfs, — sterker kan het niet, — (Joh. 10 : 37): „Indien ik niet doe de werken des Vaders, zoo gelooft mij niet, maar indien ik ze doe en gij mij niet gelooft, zoo gelooft de werken, opdat gij moogt bekennen, dat de Vader in mij is en ik in Hem.' Het kan niet duidelijker uitgedrukt worden en waarom zou de uitwendige autoriteit zooveel minder moeten zijn dan de inwendige autoriteit des H. G., alsof lichaam en geest niet één waren volgens het Christendom, dat de opstanding leert, en alsof een" manifestatie van de oogen des lichaams minder hoog moet geschat worden, dan een revelatie voor de oogen des geestes. Trouwens, Ds. Zeydner heeft zelf gevoeld, dat hij de uitwendige autoriteit niet kan missen, want nauwelijks zegt hij (pag. 18), dat in de Christelijke kerk geen uitwendige autoriteit hoort gevonden te worden, of hij laat volgen: „A'irf alleen omdat het in den Bijbel staat, niet alleen, omdat ons iets is overgeleverd als een noord van den lieer Jezus Christus, hebben wij het aan te nemen," dit zijn wij volkomen met hem eens. Wij zijn geen Malioinedanen of Pythagoreërs, maar al rekenen wij met den persoonlijken grond des geloofs, daarom zullen wij de uitwendige autoriteit nog niet verwerpen. Integendeel, aan de uitwendige autoriteit van de „heilige historie der Schrift, hebben wij alles, alles te danken.

Het inwendig getuigenis des H. G. beslisse, — zegt Ds. Zeydner. Aangenomen eens, dat deze stelling waar ware, wat weet Ds. Zeydner, zonder uitwendige autoriteit, van een H. G.? Is hij meer dan de Eplieziërs, 2000 jaren geleden, die op Paulus' vraag, of zij den H. G. ontvangen hadden, antwoordden (Hand. 19:2): „Wij weten zelfs niet, of daar een II. G. is!" — „Wat een mensch voelt," heeft Dr. F. W. Van Eeden eens schoon gezegd in zijn Studies (2<^ Reeks, pag 39. „Over critiek"), „liefde, wijding en vreugde, amor, pietas en beatitudo, - dat zijn de positieve dingen,